Predikant van de gereformeerde gemeenten (Hoenkoop 13 oktober 1890 - Nijkerk 16 december 1982)
Of ze nu van voren naar achteren of van achteren naar voren worden gelezen, zo begon de schrijvende kapper Rik Valkenburg zijn boek over Rienier Kok, zijn naam en voornaam blijven hetzelfde. Die onveranderlijkheid gold ook Koks karakter. Man uit één stuk, rechtlijnig, altijd duidelijk, niet altijd even tactisch. Principieel, maar niet zonder humor. Dominee en ouderling rijden het erf van een boerderij op, per auto, met een luid blaffende hond eromheen – van het formaat: kun je maar beter niet tegenaan lopen. ‘Gaat u maar eerst,’ zegt Kok tegen de ouderling. ‘Maar dominee, u hebt toch een groot geloof?’ ‘Dat is waar, maar dat ziet die hond niet...’
Rienier Kok, die in 1890 in het Utrechtse Hoenkoop, vlakbij Oudewater, werd geboren, had tijdens zijn tienerjaren een sterke band met zijn grootvader en naamgever, Rienier Treur. Hun gesprekken leidde ertoe dat Rienier zich op veertienjarige leeftijd overgaf aan God. Op het ondermaanse was de jongeman voor het boerenbedrijf voorbestemd, maar hij beschikte niet over de vereiste spierkracht en koos voor het bakkersvak. Werkend bij een banketbakker in Zeist en kerkend in de gereformeerde gemeente aldaar voelde hij zich geroepen tot het predikambt. Dit werd bekend bij de kerkenraad, vervolgens bij de classis die Kok naar de vierjarige predikantenopleiding van de gereformeerde gemeente stuurde. De opleiding werd verzorgd door onder meer Kersten en Janse die hun leerlingen thuis onderwezen.
Koks studie ging aanvankelijk niet van een leien dakje. Hij belandde in een geloofscrisis en gaf er na tien maanden de brui aan. De weg terug hervond Kok echter snel waarna hij de opleiding zonder verdere haperingen of aarzelingen afrondde. In 1915 werd hij in het Walcherse Aagtekerke door leermeester Kersten als predikant bevestigd. In 1925 nam hij een beroep naar Gouda aan vanwaar hij vijf jaar later naar Veenendaal vertrok, een omvangrijke gemeente die meer dan tweeduizend lidmaten telde. Koks markante wijze van preken sprak het gewone volk aan (‘De beloften dwarrelen als sneeuwvlokken u om de oren’), maar zette kwaad bloed bij collega’s. Ze vonden hem onvoorzichtig en onnadenkend, wat voor de predikant in kwestie geen reden was zijn toon te matigen. Daarvoor was Kok te eigengereid, en allerminst bevreesd.
Dit bleek ook tijdens de jaren ’40-’45. Kok kantte zich openlijk tegen de Duitse bezetter en stimuleerde het verzet. Kersten en Janse, zijn vroegere leraren, predikten echter berusting en onderwerping, de oorlog opvattend als een straf voor begane zonden. Het conflict spitste zich in 1942 toe op de vraag of een ondergedoken joods meisje mocht worden toegelaten tot de Veenendaalse Johannes Calvijnschool die van de gereformeerde gemeente uitging. Kersten, die in september 1941 de schoolbesturen had geadviseerd gevolg te geven aan het departementale verzoek joodse kinderen aan te melden, wilde het meisje weren, ook omdat het joodse volk Christus had verworpen. Kok, oud-voorzitter van de school, besloot samen met het bestuur haar toe te laten, met als gevolg dat de school uit de overkoepelende Vereniging Gereformeerd Onderwijs werd gestoten.
De breuk bereikte na de bevrijding ook leerstellig terrein, vooral door toedoen van theoloog Steenblok die in 1943 was overgekomen van de gereformeerde kerken. Steenblok, gepromoveerd en goed onderlegd in de scholastiek, nam Koks in woord en geschrift gedane geloofsuitspraken op de korrel. Vooral diens opvatting dat de belofte van zaligheid en genade niet alleen de uitverkorenen was voorbehouden maar voor alle gedoopten gold, moest het ontgelden. Kersten koos de kant van Steenblok. In 1948, op een classisvergadering, kwam het tot een harde aanvaring tussen Kok en Kersten, maar werd uiteindelijk toch een vergelijk bereikt.
Twee jaar later echter – Kersten was inmiddels overleden – werd Kok na een omstreden procedure door de synode geschorst waarop zijn Veenendaalse gemeente zich van de gereformeerde gemeenten afscheidde. In 1956 sloot de gemeente zich bij de christelijke gereformeerde kerken aan. Kok vertrok in 1958 naar het naburige Ede, waarna Alphen aan den Rijn, Ameide en Nijkerk zijn volgende gemeenten werden. In 1979 ging Kok, 89 jaar oud, met emeritaat, drie jaar later overleed hij.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
14 juni 2010
Verder lezen
R. Valkenburg, Wie was ds. R. Kok eigenlijk...? (Veenendaal 1989)
C. Harinck, De prediking van het evangelie. Het aanbod van genade (Houten 2002)
Informatie op internet
www.dsrkok.nl
Nederlands Dagblad
Kerkgeschiedenis
www.afwachtenofverwachten.nl