Jongeling, Pieter

Jongeling.jpg

Journalist en politicus (Broek [Friesland] 31 maart 1909 - Amersfoort 26 augustus 1985)

In 1971, toen hij al bijna een kwart eeuw aan het roer van het Gereformeerd Gezinsblad stond (in 1968 omgedoopt tot Nederlands Dagblad) en al acht jaar in de Tweede Kamer zat, werd Jongeling opeens een bekende Nederlander. Godfried Bomans, ook kinderboekenschrijver, liet televisiekijkend Nederland in september 1971 kennis maken met een principiële, gereformeerde politicus en journalist die tot veler verrassing ook vriendelijk, aardig en humoristisch bleek te zijn. Geen harde kop, maar een beminnelijke zestiger, beetje verlegen.

Een jaar later, na de val van het kabinet-Biesheuvel, heette Jongeling, leider van een tweemansfractie, zelfs ministeriabel te zijn. Peilingen dichtten zijn GPV drie tot vijf zetels toe, wat duidde op kiezerssympathie van buiten de eigen, strikt afgeperkte gezindte. Gespeculeerd werd op het ‘Jongelingeffect’, een vrijgemaakt-gereformeerde variant op het ‘Zijlstraeffect’ dat de ARP vier jaar eerder haar eerste naoorlogse verkiezingsoverwinning had bezorgd. Maar de beeldbuis toonde slechts één gezicht van Jongeling; het andere was harder en verbetener, vooral als de kerk in het geding was. Als het daarin fout ging, ging het overal fout.

Piet Jongeling was de zoon van een onderwijzer die op jonge leeftijd overleed. In Winschoten, waar Jongeling opgroeide, bestierde zijn moeder een bescheiden kruidenierswinkel waarvan de opbrengst Piet in staat stelde de ulo te volgen. Een universitaire opleiding zat er echter niet in. Dus ging hij op vijftienjarige leeftijd werken in de kwekerij van zijn grootvader, maar studie bleef de jongeman trekken. In de avonduren behaalde hij zijn onderwijzersakte, vervolgens ook – in 1935 – zijn hoofdakte. Maar Jongeling slaagde er, midden in de crisisjaren, niet in als onderwijzer aan de slag te komen. Korte verhalen en gedichten baanden een weg naar de Nieuwe Provinciale Groninger Courant waarvan hij in 1937 redacteur werd.

De oorlog, die drie jaar later uitbrak, stempelde Jongeling in tweeërlei opzicht. Zijn werk voor de ondergrondse ARP kwam hem op een hels verblijf in het concentratiekamp Sachsenhausen te staan. Terwijl de meeste gevangenen het nog geen jaar uithielden doorstond Jongeling de ontberingen drie jaar lang. Ook overleefde hij de finale dodenmars, begin 1945, toen het Rode Leger naderde en het kamp werd ontruimd. Via brieven van zijn vrouw was Jongeling op de hoogte van de Vrijmaking van augustus 1944: de scheuring in de gereformeerde kerken, de andere ingrijpende oorlogsgebeurtenis die bepalend was voor Jongelings verdere leven. Na even te hebben getwijfeld sloot Jongeling zich con amore bij Schilder en de zijnen aan. ‘Het was voor hem een dubbele bevrijding,’ aldus Jongelings biograaf Herman Veenhof. ‘De dag na zijn thuiskomst uit het kamp zat hij frisgeschoren, gewassen en in pak in de vrijgemaakte kerk.’

Die keuze kostte hem drie jaar later, in 1948, zijn baan bij de synodaal-gereformeerd getoonzette Nieuwe Provincialer Groninger Courant. Nog in hetzelfde jaar werd Jongeling hoofdredacteur van het vrijgemaakte Gereformeerd Gezinsblad. Ook zegde hij zijn lidmaatschap van de ARP op en trad toe tot het GPV, een andere pijler onder de vrijgemaakt-gereformeerde minizuil-in-wording. In de jaren die volgden stond Jongeling pal voor de ‘ware kerk’, doorgaans varend op het kompas van de hardvochtige Kamper theoloog Kamphuis met wie Jongeling bevriend was. Jongelings hoofdartikelen in het Gereformeerd Gezinsblad waren geharnaste getuigenissen van de ‘Doorgaande Reformatie’ waarin voor twijfel noch relativeringszin plaats was. Zelfs Schilder vond hij uiteindelijk te slap. In 1967, toen ook de vrijgemaakte kerk scheurde, koos Jongeling opnieuw voor de hardliners, al liet hij, inmiddels kamerlid, het frontwerk wijselijk aan een redacteur over.

De verkiezingen van november 1972 brachten Jongeling en zijn GPV niet de gehoopte sprong voorwaarts. De partij bleef op twee zetels steken zodat Jongeling opnieuw tot een rol in de marge van het politiek bedrijf was veroordeeld. Wijs, constructief, beminnelijk, geestig – maar machteloos. In 1977 verliet hij de Tweede Kamer, na drie jaar eerder het hoofdredacteurschap van het Nederlands Dagblad te hebben neergelegd. Jaren van hard werken eisten hun tol, zijn kampervaringen uiteindelijk ook. Na jarenlang rationeel en uiterlijk onbewogen over zijn verblijf in Sachsenhausen te hebben kunnen praten, knapte Jongeling kort voor zijn dood tijdens een radio-interview. Hij stierf in augustus 1985, 76 jaar oud. Als kinderboekenschrijver heeft Jongeling meer dan zestig titels op zijn naam staan. Zijn bekendste boek is Snuf de hond dat door de EO is verfilmd. Een aantal boeken is in het Engels vertaald.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
22 februari 2010

Verder lezen
Peter Bergwerff en Tjerk S. de Vries, Geroepen en Gegaan. Peter Bergwerff en Tjerk S. de Vries in gesprek met P. Jongeling (Groningen 1983)
Herman Veenhof, Zonder twijfel. Pieter Jongeling (1909-1985). Journalist, politicus en Prins (Barneveld 2009)

Informatie op internet
Wim Berkelaar, 'Piet Jongeling: man met twee gezichten'
Biografisch Woordenboek van Nederland
Parlement & Politiek
Nederlands Dagblad
Trouw