Jurist en antirevolutionair politicus (Amsterdam 20 juli 1852 - Utrecht 12 juni 1932)
Theo Heemskerk was een zoon van de politicus mr. J. Heemskerk die van 1883 tot 1888 Nederlands laatste conservatieve kabinet leidde. Aanvankelijk leek weinig erop te duiden dat Theo in zijn vaders voetsporen zou treden. Na in Den Haag de HBS te hebben doorlopen ging hij studeren aan de Delftse Polytechnische School. Heemskerk brak de studie echter af en schreef zich in 1870 aan de Leidse rechtenfaculteit in, die hij zes jaar later getooid met de doctorshoed verliet. Vervolgens vestigde Heemskerk zich als advocaat in Amsterdam, waar hij ook enige tijd plaatsvervangend kantonrechter was.
In 1883 betrad Heemskerk het politieke toneel. Hij werd lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland – niet namens de conservatieve partij van zijn vader, maar als afgevaardigde van de ARP. Een aantal jaren eerder had de van huisuit remonstrantse Heemskerk het gereformeerde geloof omarmd. Dit baarde groot opzien, omdat Heemskerk de door Abraham Kuyper geleide neocalvinistische beweging eerder een gevaar voor de Nederlandse staat had genoemd. Velen betwijfelden de oprechtheid van Heemskerks bekering en veronderstelden dat politiek gewin zijn drijfveer was.
Volbloed antirevolutionair zou Heemskerk nooit worden. Daarvoor miste hij dogmatische Anklang bij de kuyperiaanse beginselen. Ook zijn levenswijze strookte niet altijd met de gereformeerde zeden. Heemskerk bezocht theater en concertzaal, wat in de wereld van de mannenbroeders not done was. Sterker nog: zijn tweede vrouw, een temperamentvolle Pools-Russische met wie hij in 1891 was getrouwd, trad als toneelspeelster op.
Dit alles stond Heemskerk politieke carrière niet in de weg. In 1901 bood Kuyper hem het ministerschap van binnenlandse zaken aan. Heemskerk weigerde. In Amsterdam had hij kort tevoren het wethouderschap van financiën en gemeentebedrijven op zich genomen; hij wilde, zei hij, de hoofdstad niet in de steek laten. De werkelijke reden van zijn weigering was van huiselijke aard: Heemskerks vrouw haatte Kuyper en verbood haar man diens aanbod te accepteren: ‘Ich gehe unter diesen Umständen nicht in Den Haag.’ Overigens boterde het tussen de twee echtelieden evenmin; ze raakten uiteindelijk van tafel en bed gescheiden.
Eind 1907, na de val van het liberale kabinet-De Meester, werd Heemskerk, op dat moment voorzitter van de antirevolutionaire Tweede-Kamerfractie, door de koningin als formateur aangezocht. Hij aarzelde lang: was Kuyper immers niet de eerst aangewezen man? De grote roerganger gaf te kennen een door Heemskerk geleid kabinet te kunnen billijken, mits deze na een jaar de scepter aan hem zou overdragen. Heemskerk wees dit van de hand en formeerde een ministersploeg die tot 1913 aan het bewind zou blijven, menige schimpscheut van de wrokkige Kuyper trotserend. Heemskerk diende hem van repliek in een vlugschrift dat hij in 1915 publiceerde. Ook was hij een van de auteurs van de spraakmakende brochure Leider en leiding in de Anti-Revolutionaire Partij die in hetzelfde jaar verscheen en Kuypers leiderschap ter discussie stelde.
Na vijf jaar lid te zijn geweest van de Raad van State werd Heemskerk in 1918 opnieuw minister. In het door de rooms-katholieke jonkheer Ruijs de Beerenbrouck geformeerde Coalitiekabinet ging hij het departement van justitie bestieren. Na zijn aftreden, in 1925, keerde Heemskerk terug in de Tweede Kamer en gaf hij leiding aan de ARP-fractie. Dat hij het voorzitterschap vier jaar later aan Colijn moest afstaan stak hem diep. De heren waren enige tijd niet on speaking terms. Heemskerk zou zijn kamerzetel blijven bezetten tot zijn dood, in 1932, bijna tachtig jaar oud.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
12 januari 2009
Verder lezen
A.H. Bornebroek, ‘Een heer in een volkspartij’. Theodoor Heemskerk (1852-1932), minister-president en minister van justitie (Amsterdam 2006)
Archieven
Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) van de Vrije Universiteit
Informatie op internet
Instituut voor Nederlandse geschiedenis
Parlement & Politiek