Theoloog (Gouda 20 augustus 1928 - Gouda 27 oktober 2004)
‘Het zit nu eenmaal als het ware in mijn bloed, dat gereformeerde denken,’ zei Graafland drie jaar voor zijn dood. Het kwam vooral bij zijn moeder vandaan, die thuis bijeenkomsten van medegelovigen hield. ‘Daar werd wel gezongen en gebeden, maar niet uit de bijbel gelezen. De bijbel ging als het ware op in de geloofservaring die “bevinding” werd genoemd.’ In het christelijk-gereformeerde gezin was Cornelis (Kees) de jongste van negen kinderen waarvan er twee kort na de geboorte overleden. Het gereformeerde denken mocht hem dan in de genen hebben gezeten, de drang er studie van te maken ontwaakte laat. Pas op zestienjarige leeftijd, toen hij op een accountantskantoor werkte, besloot Graafland theologie te gaan studeren. ‘Een preek over 1 Thessalonicenzen (“dat gij bekeerd zijt van de afgoden om de levende God te dienen”) raakte mij. Zo werd een bijbelwoord voertuig van de Geest.’
Na staatsexamen te hebben gedaan schreef hij zich in 1948 als student aan de Utrechtse theologische faculteit in. Een jaar later verliet Graafland de christelijke gereformeerde kerk en trad hij toe tot de hervormde kerk. In 1953 rondde Graafland zijn theologiestudie af en werd als predikant bevestigd in Ameide, aan de rand van de Alblasserwaard. Zijn tweede standplaats was Woerden, gevolgd door Veenendaal en Amsterdam. Intussen bleef Graafland studeren, zich vooral bezighoudend met de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme. Dit leidde tot het proefschrift De zekerheid van het geloof waarop hij in 1961 aan de Utrechtse rijksuniversiteit promoveerde. In deze studie vergeleek hij de geloofsbeschouwing van Calvijn met die van een aantal vertegenwoordigers van de nadere reformatie.
De doctorshoed mocht Graafland elf jaar later, in 1972, verruilen voor de professorale baret. Vanwege de gereformeerde bond werd hij in Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar voor de geschiedenis van het protestantisme. Graafland werd bepaald geen bondsapologeet. Met zijn boek Het vaste verbond, dat in 1978 verscheen, belichtte hij de verhouding tot Israël, een terrein dat in de gereformeerde bond nog nagenoeg braak lag. Negen jaar later, in Van Calvijn tot Barth, kwam Graafland tot de conclusie dat het verloop van vier eeuwen verkiezingsleer eigenlijk maar ‘een negatief drama is geweest.’ In Gereformeerden op zoek naar God, uit 1990, poneerde hij dat de godsverduistering ook over de gereformeerde bond was gevallen. Een lange en heftige discussie in het Reformatorisch Dagblad was het gevolg.
Met de publicatie van Bijbels en daarom gereformeerd, in 2001, bevestigde Graafland zijn reputatie als luis in de pels van de gereformeerde bond eens te meer. Aanknopend bij Van Calvijn tot Barth stelde hij de gereformeerde belijdenisgeschriften onder het oordeel, zijnde te rationeel van aard en te weinig bezielend. ‘Alles moet kloppend zijn binnen dat systeem.’ De scholastiek belemmerde de toegang tot de boodschap van de bijbel. Ook waren de in de zestiende en zeventiende eeuw vastgelegde geloofswaarheden, door onder meer Beza en Gomarus, te tijdgebonden om in de eenentwintigste eeuw nog voldoende zeggingskracht te hebben.
Door het in bondskringen gecanoniseerde tweesnoer ‘Schrift en belijdenis’ ter discussie te stellen, riep Graafland, die naast zijn professoraat bleef preken, nogal wat weerstand op. ‘Soms,’ vertelde hij, ‘als ik voor het eerst in een traditionele gereformeerde bondsgemeente kom, zie ik lange gezichten bij de kerkenraad. Wat moet Graafland hier?’ Maar na de kerkdienst gaven die gezichten doorgaans blijk van opluchting en vreugde. ‘Want dan heeft men in mijn prediking het hart van het gereformeerde belijden werkelijk horen kloppen.’ Graafland wilde de bijbel niet aan het eigentijdse denken aanpassen, maar zijn gehoor de weg wijzen naar een oprecht en authentiek geloof in de moderne wereld. Dan hoefde orthodoxie geen kortsluiting te maken met maatschappij en cultuur, meende Graafland. ‘Ik sta opmerkzaam in het leven,’ zei hij in 2001. ‘Daarom voel ik aan dat het in deze tijd niet meer aanslaat om over God te spreken als de verre, vreemde, onbegrijpelijke God.’
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
14 september 2009
Verder lezen
C.G. Graafland, H.B. Graafland, C. Graafland, Uitdagend gereformeerd. Reacties op prof. dr C. Graafland (Zoetermeer 1993)
Informatie op internet
IKON
CV Koers
Friesch Dagblad