Graaf, Johannes de

De Graaf.jpg

Theoloog (Veenhuizen 14 juli 1911 - Heemstede 24 april 1991)

Op vijftienjarige leeftijd trof Hannes de Graaf, fanatiek voetballer en zwemmer, een ramp: kinderverlamming. Maandenlang lag hij in het ziekenhuis, maandenlang lag hij in de huiskamer. De kracht keerde terug in zijn armen, zijn benen bleven zwak, vooral zijn rechter. Zonder stok kon hij niet meer lopen. Achttien jaar later, in 1944, strompelde De Graaf uitgeput door de wildernis van Sumatra. De groep geïnterneerden waarvan hij deel uitmaakte kon hij niet bijhouden. ‘Ik kan niet meer,’ zei hij in het Maleis tegen een van de bewakers. Hij verwachtte een nekschot, maar kreeg een sigaret. Na wat te zijn uitgerust bereikten ze samen de plaats van bestemming. Een Japanse soldaat bleek een barmhartige Samaritaan.

Hannes de Graaf werd geboren in Veenhuizen waar zijn vader, H.T. de Graaf, als predikant werkte in de rijkswerkinrichting voor veroordeelden wegens bedelarij en landloperij. Zijn moeder was een dochter van de Groningse kerkhistoricus J. Reitsma. Van Veenhuizen verhuisde het gezin (Hannes had een oudere broer en zuster) naar Zutphen waar De Graaf senior de hervormde gemeente ging dienen. In 1926 werd hij door de Leidse universiteit benoemd tot hoogleraar godsdienstwijsbegeerte en ethiek. Enkele maanden eerder was Hannes door kinderverlamming getroffen. Pas aan het einde van het schooljaar kon hij voor het eerst naar het Leidse gymnasium, op de fiets.

In 1929 liet De Graaf zich als student inschrijven aan de Leidse theologische faculteit. Hij kon er zich niet lang aan zijn vader optrekken want die stierf een jaar later. Voor De Graaf, een dispuutgenoot van Martin Beek, bestond het studentenleven uit meer dan alleen theologie. Hij liep colleges sociologie (bij Banning) en Russisch, de taal die zijn vader ook onder de knie had gekregen. De Graaf was cultureel geïnteresseerd en politiek-maatschappelijk geëngageerd, wat tot uiting kwam in zijn actieve lidmaatschap van de VCSB. Van de studentenbond werd hij in 1932 preses.

Drie jaar later slaagde De Graaf – cum laude – voor zijn doctoraalexamen. Omdat hij zich voor promotie noch pastorie rijp voelde, werd hij algemeen-secretaris van de nauw met de VCSB verbonden Vrijzinnig Christelijke Jeugdcentrale. In 1939 aanvaardde De Graaf een beroep, uit Medan, op Sumatra, waar Catrinus Mak, de vader van Geert, zijn gereformeerde collega werd. In 1942 bezetten de Japanners de Indische archipel. De Graaf en zijn gezin werden geïnterneerd – gescheiden. De Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, in augustus 1945, brachten de bevrijding. De Graaf werd met zijn gezin herenigd, maar dat hiervoor tienduizenden onschuldige Japanners de vuurdood waren gestorven kon hij niet aanvaarden. De Graaf bekende zich tot het pacifisme. Eenmaal terug in Nederland, waar hij door de hervormde gemeente van Haarlem was beroepen, trad hij toe tot Kerk en Vrede. In 1951 werd hij voorzitter van de vereniging, als opvolger van Buskes.

Een jaar later werd De Graaf, inmiddels gepromoveerd op een proefschrift over de antropologie in de moderne Russische wijsgerige theologie, predikant in Arnhem. De Graaf bleef er drie jaar, tot 1955 toen hij aan de Utrechtse universiteit hoogleraar ethiek werd. Hij definieerde zijn leeropdracht niet als ‘de wetenschap van goed en kwaad’. Het goede bestond niet, het kwade evenmin; dogmatisme en fanatisme ruïneerden de ethiek. De mens kon volgens De Graaf in een bepaalde situatie, op een bepaald moment, hoogstens voor het betere of best mogelijke kiezen. Hij wilde zich daarom niet opsluiten in principes, maar probeerde wegen te wijzen waarbij het pragmatisme van de Amerikaanse filosoof Dewey richtinggevend was: al het menselijk handelen moest worden beoordeeld naar wat het opleverde.

In 1957 was De Graaf een van de oprichters van de PSP. In deze jaren was hij een groot pleitbezorger van de dialoog tussen het Westen en het Oostblok. De Graaf nam deel aan de Praagse vredesconferentie, maar trok zich terug in 1968, nadat de hervormingsbeweging van Dubĉek was vermorzeld door Russische tanks. Die deden niets af aan De Graafs pacifistische overtuiging. Het IKV droeg hij later weliswaar een warm hart toe, maar haar atoompacifisme vond hij halfhartig.

De verlamming die De Graaf tijdens zijn jeugd had getroffen, deed zich in zijn laatste jaren meer en meer gelden. De geest bleef krachtig. ‘Dat thans,’ schreef Herman Heering begin 1991 in een levensschets, ‘zijn benen de dienst hebben opgezegd is minder verwonderlijk dan dat het gehandicapte lichaam en de overbelaste geest alles tot over de leeftijd der zeer sterken hebben volgehouden.’ Zijn tachtigste verjaardag zou De Graaf echter niet beleven. Hij stierf in april 1991, na een kort ziekbed.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
9 september 2009

Verder lezen
E.D.J. de Jong, Hannes de Graaf. Een leven van bevrijding (Kampen 2004)

Informatie op internet
Rens Kopmels, 'Het sprekende leven van Hannes de Graaf'
A.J. Klei, 'In de wandelgangen: niet "professor" maar Hannes de Graaf'