Goudzwaard, Bob

goudzwaard.JPG

Politicus en econoom (Delft 4 april 1934)

Zijn geboortehuis stond aan de Delftse Grote Markt, op steenworpen van de Nieuwe Kerk en het stadhuis, vlakbij het standbeeld van Hugo de Groot. ‘De nabijheid van zowel het stadhuis als de Nieuwe Kerk,’ zei Goudzwaard later, ‘symboliseerde de ruimte tussen “kerk en staat” waarin ik me in mijn verdere leven zou bewegen.’ Het gezin behoorde tot de gereformeerde kerken, maar ging in 1944 met de Vrijmaking mee. Schilder was door de synode onrecht gedaan, vonden Goudzwaards ouders. ‘Voor hun besef,’ zei hij later, ‘werd hij door een kerkelijke elite op een zijspoor gezet.’ Persoonlijke affectie speelde ook een rol. Schilder had in Delft gestaan, Bobs oudste broer was door hem gedoopt.

In 1946 verhuisde het gezin naar Den Haag waar Bob naar de hbs ging. Vijf jaar later ging hij economie studeren aan de Rotterdamse Economische Hogeschool waar hij, naast zijn reguliere studie, colleges calvinistische wijsbegeerte bij J.P.A. Mekkes liep. Belangrijk thema in diens colleges was ‘ontsluiting’: openstaan voor andere dimensies van de werkelijkheid. Daartegenover stond ‘restrictief’ of – in de woorden van Goudzwaard – ‘afgeplat’ denken dat zich economisch uitte in ongebreidelde productiezin waarbij winstmaken het enige doel was. Dit thema lag ook ten grondslag aan de doctoraalscriptie over oorzaak en gevolg in de economie waarop Goudzwaard in 1957 afstudeerde. Daarin plaatste hij mechanistische opvattingen, waarin de menselijke factor was verdrongen door cijferfetisjisme, tegenover een normatieve benadering die de beslissing van een gezin, bedrijf of vakbeweging centraal stelde.

Na zijn diensttijd te hebben doorgebracht op het bureau voor bedrijfsstatistiek van de vliegbasis Eindhoven werd Goudzwaard in 1959 medewerker van de Kuyperstichting, het wetenschappelijk bureau van de ARP. In 1965 werd hij medewerker van fractieleider Bouke Roolvink, om twee jaar later zelf kamerlid te worden. Goudzwaard werd ook lid van de Groep van Achttien die de mogelijkheden ging verkennen van samenwerking tussen ARP, KVP en CHU. Aansluitend had hij zitting in de Contactraad die op een fusiepartij ging aansturen, wat zou leiden tot de oprichting van het CDA.

In 1971 verliet Goudzwaard, inmiddels gepromoveerd, de Tweede Kamer en werd hoogleraar economie in de subfaculteit sociaal-culturele wetenschappen van de Vrije Universiteit. Vlak voor zijn benoeming benaderde Biesheuvel hem voor het ministerschap van economische zaken. Goudzwaard weigerde – ‘ik had al aan de VU beloofd dat ik zou komen.’

Als lid van de CDA-programcommissie had Goudzwaard een groot aandeel in Niet bij brood alleen waarmee de fusiepartij de verkiezingen van 1977 inging. De PvdA kwam als grote overwinnaar uit de stembus, maar verkwanselde haar zege in zes turbulente formatiemaanden. Vervolgens vonden CDA en VVD elkaar. Goudzwaard kon minister van ontwikkelingssamenwerking worden, maar sloeg het aanbod af. Samenwerking met de VVD was moeilijk te rijmen met de progressief-bevlogen toon van Niet bij brood alleen, terwijl de kernwapendiscussie al zijn schaduw vooruit wierp.

Drie jaar later, in 1980, keerde Goudzwaard het CDA de rug toe, nadat hij op de kandidatenlijst voor de kamerverkiezingen een duikeling had gemaakt. Hij raakte betrokken bij de oprichting van de EVP, maar werd geen lid omdat de partij zich te nadrukkelijk als christelijk-evangelisch profileerde. Kerkgenootschappelijk was inmiddels ook een en ander veranderd. De scheuring, eind jaren zestig, in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken had het gezin Goudzwaard in het kamp van de Nederlands Gereformeerde Kerken doen belanden. Het woonde in Schoonhoven en behoorde bij de kerkelijke gemeente Langerak die van de ene op de andere dag door de synode werd uitgestoten. ‘Toen we wakker werden bleken we “buiten-verband” geworden te zijn, de latere Nederlands Gereformeerde Kerken.’ Later, na een verhuizing naar Driebergen, zou Goudzwaard zich bij de plaatselijke Samen op Weg-gemeente aansluiten.

In de tweede helft van de jaren tachtig propageerde Goudzwaard, samen met Harry de Lange, ‘de economie van het genoeg’. De beide economen hekelden het blinde vertrouwen in vooruitgang door economische groei, die in ernstige milieuverontreiniging en grote welvaartsongelijkheid twee grote kwaden had gebaard, zowel nationaal als mondiaal. In het boek Genoeg van te veel, genoeg van te weinig zette het duo de grondbeginselen van een duurzame, niet-‘restrictieve’ wereldeconomie uiteen. Die brak met de ‘afgeplatte’ sjibbolets van behoeftenbevrediging en winstmaken en stelde zich open voor een verantwoordelijkheidsethiek die wortelde in het bijbelse begrip van goed rentmeesterschap.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
16 september 2009

Verder lezen
Herman Noordegraaf en Sander Griffioen (red.), Bewogen realisme. Bij het afscheid van Bob Goudzwaard (Kampen 1999)

Informatie op internet
Parlement & Politiek