Eijkman, Johan

eijkman.jpg

Theoloog en kerkelijk verzetsman (Amsterdam 28 juli 1892 - Amsterdam 22 januari 1945)

Hij was founding father van de ‘nieuwe’ hervormde kerk die in mei 1945 haar maatschappijvernieuwende reveil blies, maar van huisuit was Jo Eijkman ‘niets’. Zijn vader, een leraar Engels die een eigen didactiek ontwikkelde en zijn vrije tijd aan fonetiek wijdde, had  zelfs ‘lak aan de kerk’. Jo’s moeder niet: zij bezocht hervormde kerkdiensten, maar haar zeven kinderen zijn hoogstwaarschijnlijk niet gedoopt. Ze voedde ze wel in het christelijk geloof op waarvoor Jo, de middelste van de zeven, het meest ontvankelijk bleek. Na de lagere school koos hij voor het gereformeerd gymnasium. Via schoolvrienden uit welgestelde families kwam Eijkman in aanraking met de geest van het Reveil waarvan de spiritualiteit en maatschappelijke betrokkenheid nauw aansloot bij het geloofsleven waarin zijn moeder hem had opgevoed.

Op zeventienjarige leeftijd deed Eijkman belijdenis, in de hervormde kerk. Twee jaar later, in 1911, ging hij theologie studeren aan de Utrechtse rijksuniversiteit waar hij zich, evenals op het gymnasium, vooral onderscheidde door nevenactiviteiten. Eijkman manifesteerde zich in het corps, was redacteur van de studentenalmanak, bestuurslid van een zangvereniging, dispuutlid en fanatiek roeier. Hij bleek een enthousiaste en kundige organisator, in ruime mate beschikkend over mensenkennis en communicatievermogen. Dit etaleerde Eijkman ook in de NCSV, vooral als organisator van zomerkampen voor middelbare scholieren. In 1916 nam hij zijn intrek in het Zeister hoofdkwartier van de NCSV, een jaar later verhuisde hij mee naar het Driebergense kasteel Hardenbroek, het nieuwe hoofdkwartier.

Het jongerenwerk had Eijkmans hart veroverd. Na begin 1919 zijn doctoraalexamen te hebben afgelegd koos hij niet voor de kansel. Na korte tijd werkzaam te zijn geweest op een jongensinternaat werd hij secretaris van het jongens- en zomerkampwerk van de AMVJ waarvan hij al snel de grote man was. Sport was speerpunt, maar Amsterdams jongemannen werd ook geestelijke en maatschappelijke ontwikkeling bijgebracht. Ook de realisering van een eigen gebouw aan het Leidsche Bosje was grotendeels Eijkmans werk en droeg in belangrijke mate bij aan de groei van de AMVJ. Zowel de NCSV als de AMVJ bracht jongelui van uiteenlopende kunnen, kennen en kerken bijeen en waren zodoende tegenkrachten in het verzuilde maatschappelijke bestel. De theologische onderbouwing van dit werk vond Eijkman in de dialectische theologie van Karl Barth die immers afrekende met organisatievorming op levensbeschouwelijke grondslag.

De crisis van de jaren dertig, toen massawerkloosheid en fascisme de Nederlandse samenleving onder grote druk zetten, maakte Eijkmans bezieling alleen maar groter. Met zijn plan tot ‘een nationale aanval op de werkloosheid’ ving hij echter bot bij premier Colijn, zoals hij ook bij kerkelijke autoriteiten veelal geen gehoor vond. Aanpassing en acceptatie vierden hoogtij, meende hij – gelatenheid. Dat honderdduizenden gezinnen in schrijnende armoede leefden, ook geestelijk en cultureel, en dat zich aan de oostgrens een duivels regime oprichtte: de hoge heren leken er de ogen voor te sluiten.

Dat deze houding na de Duitse inval van mei 1940 voortduurde verbijsterde Eijkman. Hij riep op pal te staan voor de nationale onafhankelijkheid en het Oranjehuis; hij keerde zich tegen de allereerste anti-joodse maatregel; hij nam openlijk stelling tegen de Nederlandsche Unie die met de bezetter wilde samenwerken; hij waarschuwde het volk voor de terreur die het te wachten stond. Maar ook nu was Eijkman een roepende in de woestijn. Ook in het concentratiekamp Buchenwald, waarnaar hij in oktober 1940 als gijzelaar werd overgebracht, zei Eijkman ongezouten de waarheid, ook tegenover SS-artsen.

Ondanks de longkanker die zich in Buchenwald openbaarde en waaraan hij drie keer werd geopereerd, werd Eijkman, begin 1942 weer op vrije voeten, een van de leiders van het kerkelijk verzet. Hij was spil van de hervormde commissie voor kerkelijk overleg dat zich onder meer teweerstelde tegen de arbeidsdienst voor jongeren. Het verzetswerk was nauw verbonden met het uitzetten van een nieuwe theologische koers. De hervormde kerk moest haar richtingenstrijd overwinnen en na de oorlog dienstbaar worden aan de samenleving. Dit kreeg in de zomer van 1944 organisatorisch al gestalte in het instituut Kerk en Wereld waarvan Eijkman de eerst aangewezen directeur was. Kort erna volgde echter opname in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis dat hij niet meer zou verlaten. Eijkman overleed in januari 1945. Banning en Kraemer zouden in zijn geest voortwerken en de hervormde kerk nieuw leven inblazen.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
17 augustus 2009

Verder lezen
Maarten van der Linde, Het visioen van Eijkman. Dr. J. Eijkman, de Amsterdamse Maatschappij voor Jongemannen en de vernieuwing van Nederland 1892-1945 (Hilversum 2003)

Informatie op internet
Biografisch Woordenboek van Nederland
Wapenveld