Domela Nieuwenhuis, Ferdinand

domela nieuwenhuis.JPG

Predikant, politicus, anarchist (Amsterdam 31 december 1846 - Hilversum 18 november 1919)

Ferdinand Domela Nieuwenhuis stamde uit het Deense predikantengeslacht Nyegaard. Toen zijn overgrootvader zich in Nederland vestigde, veranderde hij zijn achternaam in Nieuwenhuis. Ferdinands vader, die in Amsterdam predikant en hoogleraar aan het evangelisch-luthers seminarium was, voegde er in 1859 de achternaam van zijn moeder aan toe: ‘Domela’.

Ferdinand verloochende de familietraditie niet. Na in 1864 het gymnasiumdiploma te hebben behaald ging ook hij theologie studeren, aan het seminarium waar zijn vader doceerde. Hij worstelde met opgang makende modernistische geloofsopvattingen (in 1862 had Busken Huet de kansel publiekelijk vaarwel gezegd), maar voltooide zijn studie en trok in 1870 de pastorie in. Die stond in Harlingen, waar Domela Nieuwenhuis overigens maar een jaar zou blijven. Als antimilitarist werd hij er actief voor de Vredebond, opgericht uit protest tegen de in 1870 uitgebroken Frans-Duitse oorlog.

In 1871 werd Domela Nieuwenhuis in Beverwijk bevestigd. De dood van zijn eerste vrouw, een jaar later, schokte hem diep en trok een zware wissel op zijn geloofsvertrouwen. Ook in Beverwijk zette Domela zich voor de Vredebond in, terwijl gesprekken met gemeenteleden hem bij de arbeiderskwestie bepaalden: lage lonen, slechte leefomstandigheden, drankmisbruik. Des te meer hij zich in socialistische literatuur verdiepte, des te geringer zijn vertrouwen in de maatschappijhervormde kracht van de kerk werd. ‘Voor mij ligt in het socialisme een ideale gedachte, die ik elders tevergeefs zoek.’

De breuk kwam in 1879 toen Domela de lutherse gemeente in Den Haag diende. Op 1 september legde hij zijn ambt als predikant neer, zes dagen sprak hij in Amsterdam voor de Sociaal-Democratische Vereeniging. Toen de plaatselijke verenigingen zich in 1882 aaneensloten tot Sociaal-Democratische Bond (SDB) werd Domela secretaris. Zijn weekblad Recht voor Allen, opgericht in 1879, werd het orgaan van de bond. De strijd voor het socialisme ging hand in hand met die voor algemeen kiesrecht, terwijl Domela ook de gelijkberechtiging van vrouwen bepleitte en een verbod van alcoholhoudende dranken voorstond. Maatschappijhervorming en levenshervorming waren voor hem twee kanten van dezelfde medaille. In deze zin was Domela nog een exponent van het achttiende-eeuwse Verlichtingsideaal: maatschappijverbetering door individuele beschaving.

In 1886 werd Domela Nieuwenhuis, op grond van een hoofdartikel in Recht voor Allen, wegens majesteitsschennis tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld. In januari 1887 verdween hij achter de tralies, maar raakte allerminst in de vergetelheid. Dat Domela, als politiek gevangene, met misdadigers moest bivakkeren bracht vele tongen en pennen in beweging. Na zeven maanden kwam hij vrij en maakte een ware triomftocht door het land. Een jaar later, in 1888, was er opnieuw reden tot juichen: Domela werd in de Tweede Kamer verkozen. Hij werkte er hard en sprak met kennis van zaken, maar kreeg als eenling weinig gedaan. In 1891 stelde hij zich, tegen zijn zin, opnieuw kandidaat, maar werd niet gekozen.

Het achterwege blijven van tastbare resultaten leidde tot radicalisering van de SDB. Velen verlieten de parlementaire weg, de roep om revolutie zwol aan. Domela – geen man die met gebalde vuisten op de barricades stond, maar een kalme heilprediker – probeerde revolutionairen en ‘politiekers’ binnenboord te houden. De scheuring bleek echter onvermijdelijk. In 1894 verenigden de ‘politiekers’ zich in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Domela bleef trouw aan de SDB die als Socialistenbond tevergeefs een nieuwe start probeerde te maken. Verdeeldheid bleef een plaag; in 1898 keerde Domela de bond de rug toe en koos voor het anarchisme. Socialisme bestreed honger en gebrek, maar bevrijdde de mens niet geestelijk. ‘Daarom: brood en vrijheid – dat moet de leuze zijn en dat is het anarchisme.’

Veel gehoor vond de leuze niet. Domela verdween van het toneel, om nog één keer op de voorgrond te treden: in 1903, na de door Abraham Kuyper onderdrukte spoorwegstakingen. Domela’s levensavond stond in het teken van publicistisch werk. Het ene boek na het andere verscheen, waarbij het biografische genre zijn voorkeur had. In 1910 publiceerde hij zijn memoires: Van christen tot anarchist. Hoe groot zijn naam nog immer was bleek tijdens zijn uitvaart, in 1919. Tienduizenden bewezen Domela Nieuwenhuis de laatste eer.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
6 februari 2009

Verder lezen
J. Meyers, Domela. Een hemel op aarde. Leven en streven van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (Amsterdam 1993)
B. Altena, ‘En al beschouwen alle broeders mij als den verloren broeder’. De familiecorrespondentie van en over Ferdinand Domela Nieuwenhuis 1846-1932 (Amsterdam 1997)

Archieven
Internationaal instituut voor sociale geschiedenis

Informatie op internet
Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging
Biografisch Woordenboek van Nederland
Parlement & Politiek