Diemer, Hendrik

diemer.JPG

Vakbondsbestuurder en ondernemer (Scharnegoutum 13 februari 1879 - Rotterdam 4 oktober 1966)

‘Wat zal hij vandaag weer hebben opgericht?’ De schertsende vraag werd vaak gesteld in Diemers gezin. In 1906 gaf hij, 27 jaar oud, de stoot tot de oprichting van de Christelijke Bond van Bakkersgezellen. In 1953, 74 jaar oud en ettelijke initiatieven verder, besloot Diemer nog maar eens een kerkelijk orgaan uit de grond te stampen, het Centraal Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zes jaar later was de tijd eindelijk gekomen om het voorzitterschap van de Bond van Christelijke Drukkerspatroons neer te leggen. De bakkersknecht en broodbezorger had het ver geschopt. Een beminnelijke en gemoedelijke man die het niet om macht of aanzien was te doen, maar om een leven in dienst van het Woord.

Hendrik Diemer was de jongste zoon van een landbouwer die zich wist op te werken tot predikant in de christelijke gereformeerde kerk. Studiezin erfde Hendrik van zijn vader; vroomheid en menslievendheid kwamen bij zijn moeder vandaan. Omdat de traktementen in de kerk van de Afscheiding niet hoog waren kon alleen de oudste zoon studeren. Hendrik moest na de mulo gaan werken en ging als bakkersknecht en broodbezorger in zijn levensonderhoud voorzien. De avonduren besteedde hij aan zelfstudie die de weg baande naar leidinggevende functies. In 1904, 25 jaar oud, werd Diemer bedrijfsleider, twee jaar later werd hij voorzitter van de Christelijke Bond van Bakkersgezellen. Ook waagde hij zich op het terrein van de journalistiek. Hij ging het bondsorgaan De Bakkersbazuin redigeren en werd ook redacteur van De Bondsbode, het orgaan van de Rotterdamse Christelijke Besturenbond.

In 1909 betrad Diemer het nationale podium. Hij werd de eerste voorzitter van het mede door hem opgerichte CNV dat hij wilde uitbouwen tot een interconfessionele belangenbehartigingsorganisatie van zowel protestants-christelijke als rooms-katholieke arbeiders. Dit ideaal werd in 1912 een illusie toen het episcopaat zich voor zuiver rooms-katholieke vakorganisaties uitsprak. In hetzelfde jaar werd Diemer directeur van het protestants-christelijke dagblad De Rotterdammer, een positie die op gespannen voet stond met het voorzitterschap van het CNV. Vier jaar later, in 1916, toen hij als dagbladondernemer cao-onderhandelingen moest gaan voeren met vertegenwoordigers van de bond waarvan hij voorzitter was, werd de situatie onhoudbaar en verliet hij het CNV-bestuur. Nog hetzelfde jaar werd Diemer voorzitter van de Bond van Christelijke Drukkerspatroons, een functie waarop vele andere in de christelijke werkgeverswereld zouden volgen. Politiek was Diemer ook actief, als antirevolutionair lid van de Rotterdamse gemeenteraad en van de provinciale staten van Zuid-Holland.

Onder Diemers leiding groeide De Rotterdammer uit van een bescheiden blaadje met amper 6000 abonnees tot de grootste protestants-christelijke krant in Nederland. De krant, vanaf 1928 ook onder hoofdredactionele leiding van Diemer, telde in 1940 rond de 40.000 abonnees en kende vier kopbladen. Het succes van het dagblad school in de irenische en gemoedelijke toon. Ook de wending van een antirevolutionair partijorgaan naar een ‘nieuws, familie- en zakenblad’ droeg niet weinig bij aan de lezersgroei die stand hield tijdens de crisis van de jaren dertig.

In 1933 maakte Diemer drie reizen naar Duitsland waar Hitler de macht had overgenomen en de maatschappij in snel tempo werd genazificeerd. Van zijn reisindrukken deed Diemer verslag in een serie artikelen die de kern vormde van zijn een jaar later verschenen boek Het Duitsche nationaal-socialisme: de West-Europeesche democratie op de proef. Hierin prees Diemer de 'Ordnung' die in het Derde Rijk heerste en bleek hij onder de indruk van Hitlers redenaarstalent. Van ‘molestatie’ of ‘handtastelijkheden’ hadden joden nauwelijks iets te duchten en voor de Duitse kerk keerde veel ten goede. Dat boeken van marxistische auteurs in de ban werden gedaan, kon Diemer best begrijpen, al had hij bedenkingen tegen openbare boekverbrandingen. Diemers boek, vrucht van naïviteit en goedgelovigheid, werd op forse kritiek onthaald, ook in de eigen antirevolutionaire kring.

Het Duitse bombardement van 10 mei 1940 maakte het gebouw van De Rotterdammer met de grond gelijk. Toch verscheen de krant na enkele dagen weer. Een ruim jaar later, in oktober 1941, legde de bezetter de krant een verschijningsverbod op, na Diemers weigering een antisemitisch artikel te plaatsen en te fuseren met De Standaard die onder het Duitse juk was gebogen. Onmiddellijk na de bevrijding liet Diemer De Rotterdammer herrijzen, om een halfjaar later de hoofdredactionele leiding aan zijn zoon Evert over te dragen.

In 1947 stelde Diemer zijn ervaringen tijdens de barre laatste oorlogswinter te boek, vier jaar later verscheen het ook autobiografische Vermenigvuldige gedachten: grepen uit de eerste helft der twintigste eeuw. In 1966 kwam aan Diemers werkzame leven een einde, 87 jaar oud.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
28 juli 2009

Verder lezen
J.P. Stoop, 'Hendrik Diemer. Strijder voor sociale gerechtigheid', in: P.E. Werkman en R.E. van der Woude, Geloof in eigen zaak. Markante protestantse werkgevers in de negentiende en twintigste eeuw (Hilversum 2006) 237-267

Informatie op internet
Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging
Biografisch Woordenboek van Nederland