Dichter, vooraanstaande figuur in het Réveil (Amsterdam 14 januari 1798 – Amsterdam 28 april 1860)
Isaäc da Costa stamde uit een vooraanstaande Portugees-joodse koopmansfamilie. In 1806, op achtjarige leeftijd, ging hij naar de Latijnse school. Van 1811 tot 1816 bezocht hij het Amsterdamse Athenaeum, waarna hij in Leiden rechten ging studeren. De schone letteren hadden ook Da Costa’s aandacht. Op veertienjarige leeftijd debuteerde hij als dichter en trad hij toe tot een letterkundig genootschap. Zijn tweedelige Poëzij, dat in 1818 verscheen, ademde de geest van Willem Bilderdijk.
In hetzelfde jaar promoveerde Da Costa in de rechten, drie jaar later in de letteren en wijsbegeerte. Ook volgde hij privaatlessen bij Bilderdijk onder wiens invloed hij zich in 1822, samen met zijn vrouw, tot het christendom bekeerde. Een jaar later verscheen Da Costa’s geruchtmakende pamflet Bezwaren tegen den geest der eeuw, een niet mis te verstane afwijzing van de revolutionaire, door de Verlichting vergiftigde tijdgeest. Hier tegenover plaatste Da Costa het tijdens de tachtigjarige oorlog ontstane verbond van God, Nederland en Oranje, zijnde het fundament van de natie.
In 1826 begon Da Costa met het houden van bijbellezingen op de zondagavond. De lezingen markeren het begin van het Réveil, de uit Zwitserland overgewaaide orthodox-protestantse opwekkingsbeweging waarvan Da Costa de centrale figuur werd. In de jaren dertig en veertig kreeg hij meer oog voor de geleidelijke vooruitgang in de geschiedenis en ontwikkelde hij zich van contrarevolutionair tot antirevolutionair. Het nam niet weg dat hij zich met hand en tand bleef verzetten tegen modernistische geloofsopvattingen, onder meer in het vlugschrift Wat er door de theol. faculteit te Leiden al zoo geleerd en geleverd wordt. Bij dit alles heeft Da Costa zijn joodse wortels nooit verloochend. In 1836 publiceerde hij twee artikelen over de joden in Portugal en Spanje, twaalf jaar later gevolgd door Israël en de volken, een geschiedschrijving vanaf de bijbelse tijd tot het midden van de negentiende eeuw.
Da Costa leidde een moeilijk leven. Hij leed aan depressies en moest twee van zijn negen kinderen begraven. Ook werd hij voortdurend door geldzorgen geplaagd, gevolg van grote vrijgevigheid en een luxueuze levensstijl.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008
Verder lezen
J.W. Haitsma, Isaäc da Costa 1798-1860 (Leiden 1993)
O.W. Dubois, Een vriendschap in Réveilkring. De omgang tussen Isaäc da Costa en Willem de Clercq (1820-1844) (Leiden 1997)
Archieven
Archief-Da Costa, Stadsarchief Amsterdam
Informatie op internet
Joods Historisch Museum