Clercq, Willem de

de clercq.JPG

Zakenman en letterkundige, belangrijk Réveil-figuur (Amsterdam 15 januari 1795 - Amsterdam 4 februari 1844)

Als secretaris en directeur van de Nederlandse Handel-Maatschappij, voorloper van de Algemene Bank Nederland, was hij een van de machtigste zakenlieden. Voor de fijnbesnaarde en kunstzinnige Willem de Clercq was er echter meer tussen hemel en aarde dan florijnen. Bij het betreden van zijn kantoor hing hij zijn geloof niet met zijn hoed aan de kapstok. Het zakenleven bezag hij, gevoelig en gewetensvol, als oefenschool voor het geestelijk leven. Innerlijke strijd ligt dan verraderlijk op de loer, gevolgd door zwaartillendheid en neerslachtigheid. ‘Het groote kwaad is eene te groote gevoeligheid voor alle indruk van ziel en lichaam,’ bekende De Clercq eens.

Daar was in zijn jonge jaren in Amsterdam, waar hij in 1795 was geboren, nog weinig van te merken. Willem, die opgroeide in een doopsgezind gezin, had een zonnige natuur. Hij was een begaafd kind dat door zijn ouders was voorbestemd predikant te worden. De dood van een achterneef, beoogd directeur van de graanfirma De Clercq, bracht hierin verandering. Willem werd als toekomstige eerste man aangewezen. Een opoffering was dit niet. Nog geen twintig jaar oud ondernam De Clercq met volle inzet en overtuiging zakenreizen naar Duitsland en Rusland. In 1817, na het overlijden van zijn vader, nam hij de algehele leiding op zich, 22 jaar oud. Opening van de boeken schokte hem. Door financieel wanbeleid van zijn vader en grootvader stond de firma aan de rand van de afgrond. De schuldenlast zou heel zijn verdere leven op De Clercq blijven drukken, ook geestelijk.

De oprichting van de Nederlandse Handel-Maatschappij in 1824, op initiatief van koning Willem I, opende nieuwe perspectieven voor De Clercq. Na een audiëntie benoemde de koning hem tot secretaris van de Maatschappij, nog onder de indruk van twee economische verhandelingen die de jeugdige zakenman in 1820 en 1822 ten beste had gegeven. Het vorstelijke salaris dat De Clercq door de Maatschappij werd betaald maakte een einde aan zijn acute geldzorgen. Door de aanvankelijk geringe werklast – die hem overigens stoorde – hield hij ruimschoots tijd over voor zijn letterkundige bezigheden. In 1824, het jaar van zijn aanstelling bij de Maatschappij, publiceerde De Clercq een baanbrekende studie over buitenlandse invloeden op de Nederlandse taal- en letterkunde.

De verhuizing naar Den Haag, waar het hoofdkantoor van de Maatschappij stond, viel De Clercq in het begin zwaar, omdat hij het levendige letterkundige leven van Amsterdam achter zich moest laten. In de hofstad vond hij echter, al enkele jaren worstelend met de rationalistische inslag van het doopsgezinde geloof, aansluiting bij de Réveilkring rond Groen van Prinsterer. In 1831 trad De Clercq tot de hervormde kerk toe. In hetzelfde jaar keerde hij terug naar Amsterdam, de nieuwe vestigingsplaats van de Maatschappij.

In de hoofdstad onderhield De Clercq hechte vriendschapsbanden met Da Costa. De kwellende stem van zijn geweten, hem voortdurend insprekend dat hij tekortschoot tegenover God en de medemens, zorgde voor verwijdering tussen de twee Réveilvrienden. De Clercq kwam onder de bekoring van de theoloog Hermann Friedrich Kohlbrugge, een dominante boeteprediker die zozeer overtuigd was van de menselijke verdorvenheid dat hij iedere vorm van heiligmaking of genade uitsloot. De Clercq zwoer alle wereldlijke genoegens af, de literatuur inbegrepen, en gaf zich over aan een ascetische levenswijze die in zijn gezin tot grote spanningen leidde.

Ook zakelijk was De Clercq geen gemoedsrust gegund. Na jaren van voorspoed raakte hij in 1839, inmiddels directeur van de Maatschappij, betrokken bij een slepend financieel conflict met de regering. Hoewel De Clercq geen blaam trof ging zijn naam toch over de tong, wat een zware wissel op zijn zenuwgestel trok. Dat hij in 1843 werd gepasseerd voor het president-directeurschap van de Maatschappij greep De Clercq niet minder aan en sterkte hem in de overtuiging een hopeloze zondaar te zijn. De dood, nog geen jaar later, was een verlossing. De Clercq liet meer dan dertigduizend dichtbeschreven vellen dagboekaantekeningen na, waarvan delen zijn gepubliceerd.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
6 juli 2009

Verder lezen
A. Pierson, Willem de Clercq naar zijn dagboek, 2 dln (Haarlem 1889)
C.E. te Lintum, Willem de Clercq. De mensch en zijn strijd (Utrecht 1938)
O.W. Dubois, 'Willem de Clercq. Vroom en gevoelig zakenman', in: P.E. Werkman en R.E. van der Woude, Geloof in eigen zaak. Markante protestantse werkgevers in de negentiende en twintigste eeuw (Hilversum 2006), 25-48

Informatie op internet
Biografieën van Nederlandse ondernemers
Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging