Zevendedagsadventisten

Kerkgenootschap der Zevendedags Adventisten (ZDA), met ongeveer zestien miljoen gedoopte leden in tweehonderdvier landen het grootste kerkgenootschap binnen het adventisme.

In Nederland kent het tweeënvijftig gemeenten met ongeveer tienduizend gelovigen (gegevens 2004). Het kerkgenootschap is in 1863 in de Verenigde Staten ontstaan, nadat een voorspelde (weder)komst van Christus uitbleef. Ellen Gould White-Harmon (1827-1915), naast haar echtgenoot James White (1821-1881) en Joseph Bates (1792-1872) de belangrijkste leider, meende dat Christus niet had kunnen terugkeren omdat de kerken de sabbat niet vierden.

De zevendedagsadventisten gaan uit van een levende geloofsovertuiging en wijzen daarom een ‘starre’ geloofsbelijdenis af. Wel aanvaarden zij dat de bijbel als het Woord van God het richtsnoer is voor geloof en de manier van persoonlijk leven. De Tien geboden zijn voor de nieuwtestamentische gemeente de basis voor het levensgedrag. Belangrijke geloofspunten: de dood is een toestand van onbewustzijn; het heil is alleen te verkrijgen door genade door Jezus Christus; de zogenaamde drie-engelenboodschap (Openb. 14:6-12) is de samenvatting van het eeuwige evangelie; de volwassendoop door onderdompeling; het lichaam als de tempel van de Heilige Geest (1 Kor. 6:19-20) waardoor de gelovigen zich moeten onthouden van het gebruik van stoffen die voor lichaam en geest schadelijk zijn. Het ZDA ontplooit vele activiteiten op het gebied van de volksgezondheid.

Op zaterdagmorgen houdt het ZDA zijn erediensten waarin naast bijbellezing, gebed en gemeentezang en prediking vooral de zending veel aandacht krijgt.

Auteur

E.G. Hoekstra [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen:

Reinder Bruinsma, Het zevende-dags adventisme (Kampen 1999)