De Wereldraad van Kerken in Genève, kampt met grote financiële problemen. Door een toename van gepensioneerden en een afname van medewerkers is een tekort in het pensioensfonds van de Wereldraad ontstaan van 30 miljoen Zwitserse frank, ongeveer 24,5 miljoen euro. Dat maakte dr. Olav Fykse Tveit, secretaris van het oecumenische instituut, bekend.
De Wereldraad verkeert ook in zwaar weer vanwege de voor de organisatie nadelige wisselkoersen van de frank ten opzichte van de euro, het verlies aan beleggingen en een algehele daling van inkomsten. De Wereldraad overweegt een van de panden in Genève te verkopen. Kerkgenootschappen en organisaties, die hun administratieve centrum in een gebouw van de Wereldraad hebben gehuisvest, moeten mogelijk gaan betalen voor hun locatie. Verder worden twee bibliotheeklocaties uit overwegingen van kostenreductie samengevoegd.
De Wereldraad is opgericht in 1948 en telt 349 lidkerken van protestantse, anglicaanse en orthodoxe signatuur. Er zijn meer dan 560 miljoen leden in 110 landen
Bron: Reformatorisch Dagblad (27-12-2011)
De Christelijke Encyclopedie (in 2005!) over Wereldraad van Kerken:
Internationale organisatie van kerken gericht op oecumene.
De World Council of Churches werd opgericht te Amsterdam tijdens de eerste assemblee op 23 augustus 1948. Twee belangrijke stromen in de oecumenische beweging, Praktisch Christendom (Life and Work) en Geloof en Kerkorde (Faith and Order) werden toen samengevoegd. In 1961 kwam daar als derde stroom de Internationale Zendingsraad (International Missionary Council) bij. Ook vanuit andere internationale christelijke organisaties is er inbreng geweest. Al in de jaren 1920 gingen stemmen op ‘een ziel’ te geven aan de Volkenbond door het oprichten van een internationale kerkelijke organisatie. Mislukte ontwapeningsbesprekingen en oorlogsdreiging vormden het decor waartegen werd besloten tot oprichting van een Wereldraad. Van het voorlopige comité van de Wereldraad in status van oprichting (Utrecht 1938) was W. Temple voorzitter en W.A. Visser ’t Hooft algemeen secretaris. Juist in jaren van crisis en oorlog bloeide de oecumene op. In 1948 traden 147 kerken toe. Opvallende afwezige was de Rooms-Katholieke Kerk.
Iedere zeven of acht jaar komt het hoogste (‘wetgevende’) lichaam bijeen: een assemblee, in Amsterdam 1948; Evanston 1954; New Delhi 1961; Uppsala 1968; Nairobi 1975; Vancouver 1983; Canberra 1991; Harare 1998; Porto Allegre 2006. Het centraal comité van de Wereldraad zorgt voor continuïteit tussen twee assemblees. Het executief comité is het belangrijkste uitvoerende orgaan. De algemeen secretaris wordt voor vijf jaar benoemd door het centraal comité. Hij staat aan het hoofd van de permanente staf van vaste leidinggevenden van de onderafdelingen, zoals Studie, Oecumenische actie, Internationale Zaken en Informatie, en behandelt de lopende gang van zaken. Visser ’t Hooft zette als eerste algemeen secretaris van 1948 tot 1966 zijn stempel op de eerste decennia.
Terwijl aanvankelijk het overgrote deel van gedelegeerden blanke mannelijke geschoolde theologen betrof, leden van kerken in Europa en Noord-Amerika, is de samenstelling van een assemblee steeds meer een afspiegeling van gelovigen van de hele planeet geworden. Dit heeft grote gevolgen gehad voor veranderingen in vorm en inhoud van besproken en beleefde thema’s en boodschappen. Toch wordt het verwijt dat de Wereldraad een elitaire beweging is, nog steeds gehoord.
In de organisatie van de Wereldraad is gekozen voor het directe lidmaatschap van (vooral nationale) kerken. Instemmen met de zogenaamde basisformule is een voorwaarde tot toetreding. In 1961 werd deze, ondanks vrijzinnige bezwaren, aangescherpt in trinitarische zin. De Wereldraad is ‘een gemeenschap van kerken welke overeenkomstig de Schriften de Heer Jezus Christus als God en heiland belijden en die daarom tezamen nastreven hun gemeenschappelijke opdracht te vervullen ter ere van één God, Vader, Zoon en Heilige Geest.’ De organisatie streeft geen fusie der leden na en de basisformule (geen belijdenis) wordt zeer verschillend gewaardeerd en geïnterpreteerd.
Door een grote plaats voor bemoeienis met politiek, kreeg de Wereldraad in de jaren zestig en zeventig een maatschappijkritisch imago. Het al dan niet doen van openbare uitspraken over actuele problemen en het gezag waarmee deze uitspraken konden worden gedaan, is steeds omstreden geweest.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het inzicht ontstaan dat het zich ver houden van zaken waaraan een politieke kant zat, de kerken toch compromitteerde. Omwille van gerechtigheid en de belangen van slachtoffers moest de Wereldraad wel uitspraken doen. In een tijd van Koude Oorlog, dekolonisatie, apartheid in Zuid-Afrika en nog redelijk vitale kerken in Europa, lagen de thema’s voor het oprapen; de relevantie van internationale oecumenische organen was evident. Dit is na 1989 volkomen veranderd. Voor velen die hun eigen kerk niet meer kennen, is de Wereldraad ver weg in Genève en zijn oecumenische uitspraken, gedaan op het wereldtoneel, niet interessant.
Financiële problemen dwingen de Wereldraad tot bezuinigingen en bescheidenheid. Groeiende charismatische bewegingen zijn vaak geen lid. Tegelijkertijd blijft de Wereldraad het internationale christelijk ontmoetingspunt
bij uitstek, ook in de eenentwintigste eeuw.
Auteur
J.A. Zeilstra [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.E. Fey (ed.) A History of the Ecumenical Movement, II, The Ecumenical Advance, 1948-1968, 2nd edition (Geneva 1986)
M. van Elderen and M. Conway, Introducing the World Council of Churches (Geneva 2001)