Vrijmetselarij

vrijmetselarij.JPG

Ethisch gericht genootschap dat zowel de individuele persoonlijkheid als de gemeenschap op een hoger geestelijk en zedelijk plan wil brengen.

Omstreeks 1720 ontstaan in Londen, werd het een van de belangrijkste kanalen waarlangs in de loop van de achttiende eeuw de ideeën van de Verlichting zijn verbreid. Centraal staan verdraagzaamheid,
de erkenning van het recht van ieder om zelfstandig te zoeken naar waarheid, het vertrouwen in de maakbaarheid van een betere samenleving en het streven naar individuele zelfontplooiing.

Wereldwijd waren er anno 2000 ruim zes miljoen vrijmetselaren. Zij zijn van land tot land georganiseerd in ‘Grootoostens’ of ‘Grootloges’ die formeel onafhankelijk zijn van elkaar. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, opgericht in 1756, telde anno 2000 circa zesduizend leden, werkend in 290 loges, waarvan zestien in de Nederlandse Antillen, Aruba, Suriname, Zimbabwe en Zuid-Afrika.

Om gezamenlijk en persoonlijk een juiste levenshouding te leren vinden, gaan de vrijmetselaren of maçons (Engels: mason, steenhouwer) volgens een zinnebeeldige methode te werk. Symbolen en tradities, ontleend aan de middeleeuwse bouwcorporaties, spelen daarbij een specifieke rol. In de ‘werkplaats’ of ‘loge’ arbeidt ieder in gezamenlijk verband aan de ‘ruwe steen’ (zichzelf) om zo te kunnen worden ingepast in de ‘tempel van levende bouwstenen’ (de broederschap van alle mensen). De wereld en het leven worden gezien als een ‘te voltooien bouwwerk’. De rituelen zijn voor de vrijmetselaar een ‘ernstig spel’ dat alleen in een sfeer van vertrouwen en vriendschap tot zijn recht kan komen. Daarom blijft de loge voor niet-ingewijden (‘profanen’) gesloten. In de achttiende eeuw sprak het vanzelf dat alleen mannen lid van een genootschap konden worden en de meeste Grootoostens houden zich nog steeds aan die regel. Sinds 1893 bestaat er echter ook een internationaal georganiseerde gemengde vrijmetselarij.

In Nederland is er daarnaast nog de Orde van Weefsters, opgericht in 1947, waarvan uitsluitend vrouwen lid kunnen zijn. Vrijmetselaar wordt men ‘uit innerlijke drang’, er is geen actieve ledenwerving. De kandidaat onderwerpt zich vrijwillig aan inwijdingsrituelen, waarbij hij eerst wordt aangenomen als leerling, na enige tijd wordt bevorderd tot gezel en ten slotte wordt verheven tot meester.

Bij de aanneming belooft hij plechtig niets naar buiten te zullen brengen van wat hem in de loge wordt toevertrouwd. Dit heeft de afgelopen drie eeuwen herhaaldelijk voeding gegeven aan geruchten dat de vrijmetselarij een geheim genootschap zou zijn waarin complotten worden gesmeed tegen de gevestigde orde. Niet zelden werd daarbij gesuggereerd dat vrijmetselaren die zich na hun meesterverheffing verder willen verdiepen in de maçonnieke werkwijze, bevelen ontvangen van een onzichtbaar hoofd. In de nationaal-socialistische propaganda kreeg deze suggestie een antisemitische invulling.

De vrijmetselarij is geen kerkgenootschap. Zij verkondigt geen leer en biedt geen eigen exclusieve ideologie naast de bestaande godsdienstige, wijsgerige en politieke wereldbeschouwingen. Onder erkenning van elke eerlijke – ook dogmatische – levensovertuiging van haar leden, schuwt zij zelf elk dogma. Wel aanvaarden vrijmetselaren
de ‘Opperbouwmeester des Heelals’ als hoogste symbool. In de loge ligt op de tafel van de Voorzittend Meester de bijbel, ook wel aangeduid als ‘het Eerste Grote Licht’. De symboliek is universeel te interpreteren; ook niet-christenen kunnen zich erin herkennen.

Kerkelijke leiders, vooral de paus van Rome, hebben zich daarover herhaaldelijk afkeurend uitgelaten: in de loges zou religieuze onverschilligheid worden aangemoedigd. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is er een kentering opgetreden in de gespannen verhouding tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de vrijmetselarij. Sommige gereformeerde kerken raden het lidmaatschap van de vrijmetselarij af, maar van oudsher zijn vrijzinnig-protestanten in de loge ruim vertegenwoordigd.

Auteur

A.W.F.M. van de Sande [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen:

Anton van de Sande, Vrijmetselarij in de Lage Landen. Een mysterieuze broederschap zonder geheimen (Zutphen 2001)