Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland

Kerkgenootschap dat zijn oorsprong vindt in de negentiende-eeuwse  opwekkingsbewegingen (Revival; Réveil), met predikanten als H.J. Buddingh, J.G. Smitt en H.W. Witteveen.

In 1881 verenigden de gemeenten zich in de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. Men erkent de bijbel als de enige geloofsbron. Toetreding vindt plaats op grond van een keuze voor Jezus als persoonlijke heiland, ook al erkent men de kinderdoop. De Vrije Evangelische Gemeenten worden gekenmerkt door een presbyteriaans kerkbestuur: de plaatselijke gemeente is autonoom. De ledenvergadering onder leiding van de ouderlingen is de enige instantie die gerechtigd is om bindende geloofsuitspraken te doen. De eredienst draagt een laagkerkelijk karakter, ook al komt deze in grote lijnen overeen met die van de grote protestantse kerken. Het ledental van de Vrije Evangelische Gemeenten beweegt zich rond de tienduizend doopleden en belijdende leden. Een moeder en een vader.

Auteur

H.C. Endedijk [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen:

Overzicht van het ontstaan en het karakter van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland (Velp 1995)

 L. van Kooten en T.J. Prins (red.), Verbond van Vrije Evangelische Gemeenten (Kampen 2002)