Vereniging die in de negentiende eeuw opkwam voor de leer en rechten van de hervormde kerk.
De groeiende invloed van zowel de Groninger als de moderne theologie leidde rond 1853 tot een groeiende onvrede onder de orthodoxie. Er ontstonden verenigingen die opkwamen voor de leer en de rechten van de hervormde kerk. Deze verbonden zich in 1863 in de Vereeniging van Vrienden der Waarheid in Nederland. Onder de leden bevonden zich relatief veel ‘kleine luyden’. In de eerste jaren richtten de plaatselijke verenigingen
zich tegen de kerkenraden, die zij verweten de leer van de kerk niet te verdedigen tegen allerlei aanvallen. Toen er in 1867 een zekere democratisering had plaatsgevonden, kregen de vrienden invloed in de kerkenraden. Ze streefden naar een kerkrechtelijke aanpak van de problemen in de kerk.
Ondertussen was de vereniging ook overgegaan tot het aanstellen van evangelisten in de plaatsen waar geen orthodoxe prediking gehoord werd. Toen in 1886 de Doleantie kwam, besloot de Vereniging tot onvoorwaardelijke steun aan de dolerende kerken. Daarna namen de activiteiten van de vereniging zienderogen af. Haar doel was bereikt. De Friese Vereniging van Vrienden der Waarheid is later opgegaan in de Confessionele Vereniging.
Auteur
M.J. Aalders [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen:
G.J. Mink, Op het tweede plan (Leiden 1995)