Herenigingsproces binnen de protestantse kerken in Nederland.
Pinksteren 1961 publiceerde een groep van achttien gereformeerde en hervormde predikanten een oproep tot hereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. De oproep vond weerklank. Jeugdwerkinstanties in beide kerken namen de fakkel over. Op hun aandrang besloten de beide betrokken synoden in 1969 zelf de zaak van de hereniging ter hand te nemen. Zo begon officieel het herenigingsproces, voortaan genoemd met de titel van het desbetreffende rapport van de jeugdraad: Samen op weg.
Vanaf 1973 en met toenemende frequentie kwamen de hervormde en gereformeerde synoden regelmatig in gemeenschappelijke vergadering bijeen. Op allerlei plaatsen ontstond samenwerking. In 1986, honderd jaar na de doleantie, verklaarden de synoden officieel dat de beide kerken ‘in staat van hereniging’ verkeerden: het eenwordingsproces gold nu als onomkeerbaar. Deze verklaring was gebaseerd op het tegelijk aanvaarde document Verklaring tot overeenstemming inzake het samen kerk-zijn. Daarin werd aangegeven hoezeer hervormden en gereformeerden, immers komend uit dezelfde traditie, in de kern van het belijden overeenstemmen. Eveneens in 1986 sloot de Evangelisch-Lutherse Kerk zich bij het Samen op weg-proces aan. De lutherse en gereformeerde tradities hebben veel gemeenschappelijk (Leuenberger Konkordie), en de kleine Lutherse Kerk hoopte als deel van het grotere geheel betere overlevingskansen te hebben. Vanaf 1988 deed ook de Remonstrantse Broederschap mee, als waarnemer.
Vanaf 1990 werd gewerkt aan de opstelling van een ontwerpkerkorde. Dit ontwerp was in 1993 voor de Remonstrantse Broederschap aanleiding haar waarnemerschap te beëindigen. Zij beschouwden het ontwerp als te traditioneel, met te veel nadruk op de betekenis van klassieke belijdenisgeschriften. Het ontwerp werd in eerste instantie door de drie synoden aanvaard en vervolgens in alle geledingen van de betrokken kerken besproken. Inmiddels werden de arbeidsorganisaties van de drie kerken samengevoegd; vanaf 1999 werden zij gehuisvest in één Landelijk Dienstencentrum, te Utrecht.
Bezwaren tegen de ontwerpkerkorde waren er vooral aan hervormde kant, bij de Gereformeerde bond. Zij had zowel bezwaren tegen het als gelijkwaardig naast elkaar plaatsen van de gereformeerde (Drie Formulieren van Enigheid) en de lutherse belijdenisgeschriften, als tegen het prijsgeven van de Nederlandse Hervormde Kerk als historische kerk van de Reformatie. Door wijzigingen in de kerkordetekst trachtte men aan de bezwaarden tegemoet te komen, onder meer door hun binnen de ene kerk de mogelijkheid van eigen ringverbanden te bieden. De Gereformeerde bond besloot uiteindelijk in de kerkvereniging mee te gaan, zij het onder protest; slechts een klein deel was daartoe niet bereid. Binnen de Gereformeerde Kerken ontstond onrust toen bleek dat in de verenigde kerk plaatselijke kerken (gemeenten) het landelijk kerkverband niet langer met behoud van eigen goederen zouden kunnen verlaten. Voor ongeveer 10 procent van deze plaatselijke kerken was dat aanleiding om aan te kondigen dat zij de kerkvereniging niet zouden meemaken. Binnen de Lutherse Kerk leefde zorg om het behoud van eigen identiteit binnen het grote geheel.
Op 12 december 2003 besloten de drie synoden, op basis van de inmiddels vastgestelde kerkorde, formeel tot eenwording. Vanaf 1 mei 2004 zijn de drie betrokken kerken samen voort- gegaan als de ene Protestantse Kerk in Nederland.
Auteur
Karel Blei [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen:
De Achttien, Van kerken tot kerk (Amsterdam1962) C.P. van Andel e.a., Op weg naar hereniging. Scheiding
en hereniging van hervormden en gereformeerden (Kampen 1986)
J.M. Vlijm en H.W. de Knijff (red.), Elkaar verstaan. Overwegingen na de Verklaring van Overeenstemming
van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland (’s-Gravenhage 1991)
Karel Blei, Een sprekende kerk in een mondige wereld (Kampen 1998)
Karel Blei, De Nederlandse Hervormde Kerk. Haar geschiedenis en identiteit, 171-182 (Kampen 2000)
J. van der Graaf, De Nederlandse Hervormde Kerk. Belijdend onderweg. 1951-1981-2001, 219-258 (Kam-
pen 2003)