Pinksterbeweging

Christelijke beweging die nadruk legt op de activiteit van de Heilige Geest.

De doop met de Heilige Geest, met het spreken in tongen, wordt gezien als een aparte ervaring en onderscheiden van de wedergeboorte. Voor het begin van de pinksterbeweging wordt veelal verwezen naar de opwekking in 1906 in de Azusa Street te Los Angeles onder William J. Seymour. Via Seymours blad The Apostolic Faith bereikte deze boodschap een kleine gebedskring in Amsterdam onder leiding van Gerrit en Wilhemine Polman. Polman zag de uitstorting van de Heilige Geest als ‘de late regen’ (Jac. 5:7-8) voorafgaand aan de wederkomst van Christus, een zegen die bedoeld was voor alle kerken. De geestesdoop zou het herstel van het oorspronkelijke christendom inluiden en de gelovigen in staat stellen om in de wereld te evangeliseren en de kerk in al haar verscheidenheid voor te bereiden op haar plaats als bruid bij het eschatologische bruiloftsfeest.

Uit de gebedskring ontstond in 1907 de eerste pinkstergemeente in Nederland. De Amsterdamse pinkstergemeente werd, met een eigen blad, zendingsschool en landelijke conferenties, een centrum van waaruit andere plaatsen met de pinksterboodschap werden bereikt. Na de eerste periode onder Polman kwamen nieuwe leiders naar voren: Piet Klaver, Nico Vetter en Pieter van der Woude.

In de beginjaren kwamen de leden hoofdzakelijk uit de arbeidersklasse, waarvan een kwart met een buitenkerkelijke achtergrond. De pinksterliturgie met haar appèl aan de menselijke emotie en nadruk op gelijkheid (algemeen priesterschap van gelovigen), sprak hen meer aan dan de traditionele kerkdiensten.
De beweging werd over het algemeen door de kerken als sektarisch afgedaan. In Stroomingen en sekten van onze tijd (1924) werd de pinksterbeweging door H. Bakker van de Nederlandse Hervormde Kerk als sekte getypeerd. Bakker verweet de pinksterbeweging het promoveren van bijzaken tot hoofdzaak (zoals het spreken in tongen);
het voorbijzien van de geestelijke ontwikkeling in de kerk; alsmede het vervangen van de prediking door suggestie, opwinding en dweperij. Hij zag de beweging als gevaarlijke imitatie en verderfelijk voor lichaam en ziel.

In de jaren vijftig en zestig toonden de kerken belangstelling voor het thema gebedsgenezing, mede door bezoeken van Elaine Richards, Herman Zaiss en Tommy L. Osborn aan ons land, en kwam er een gesprek met de pinksterbeweging tot stand. De pinksterbeweging groeide door de komst van een aantal Zweedse zendelingen
en de opkomst van Stromen van Kracht. Na de Osborncampagne (1958) raakte alles in een stroomversnelling. Het werk van Johan Maasbach nam een grote vlucht. Onder leiding van zakenman Peter van den Dries organiseerde de Volle Evangelie Zakenlieden (VEZA) de massaal bezochte Vreugdedagen. De Beuken-steinconferenties (1960-1968) leidden tot de richting Kracht van Omhoog.

Een deel van de pinkstergemeenten organiseerde zich als de Broederschap van Pinkstergemeenten en richtte een bijbelschool op. Anderen verenigden zich onder de naam Volle Evangelie Gemeenten Nederland (VEGN). De One Way Days en de jaarlijkse pinksterconferenties van Stichting Opwekking trokken duizenden bezoekers. Met de groei nam ook de fragmentatie toe. De repatriëring van Indische Nederlanders, waaronder zich vele pinkstergelovigen bevonden, leidde tot vijf landelijke groepen: Christelijke Gemeenschap De Pinksterbeweging, Bethel Pentecostal Temple Fellowship Nederland (BPTF), Bethel Fellowship Nederland, Bethel Pinksterkerk Nederland (BPK) en Volle Evangelie Bethelkerk (VEBK). Ook andere samenwerkingsverbanden ontstonden: Rafaël Nederland, De Deur, Berea Gemeenschap, Vineyard Nederland, Maranatha Ministries, Capitol Worship Center, New Frontiers International, Victory Outreach.

In de jaren tachtig kwam er toenadering tussen de VEGN en de Broederschap van Pinkstergemeenten. Toen ook andere landelijke verbanden werden uitgenodigd, ontstond hieruit het Landelijk Platform, dat in 1994 beperkte
rechtspersoonlijkheid verkreeg als onderlinge vereniging. Alleen landelijk werkende kerkgenootschappen werden lid, te weten: de Broederschap, VEGN, Rafaël, VEBK, BPTF, BPK, Berea en Victory Outreach. De Broederschap en de VEGN bleken ondertussen zo naar elkaar toe te zijn gegroeid, dat integratie bespreekbaar werd (1997). Dit resulteerde in 2002 in een fusie onder de naam Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten (VPE). Per september 2002 is de ambtsopleiding van de VPE, de Azusa theologische hogeschool, als zelfstandig instituut ingetrokken bij de Vrije Universiteit te Amsterdam, aan welke universiteit door de VPE tevens een bijzondere leerstoel pentecostalisme is gevestigd. De bijzonder hoogleraar maakt tevens deel uit van het daar gevestigde Hollenweger Center for the Interdisciplinary Study of Pentecostal and Charismatic Movements.

Er zijn geen exacte cijfers van het aantal Nederlandse pinkstergelovigen bekend, maar aangenomen mag worden dat het ruim boven de 100.000 ligt. Vele pinkstergemeenten zijn onafhankelijk en vallen onder geen van de genoemde verbanden. Het uitgangspunt van de autonomie van de plaatselijke gemeente maakt velen wars van elke landelijke organisatie. Deze fragmentatie brengt een grote variatie met zich mee in leer, beleving, gemeentestructuur en liturgie. Tegelijk is er een breed verlangen naar landelijke contacten. De Agapè-ontmoetingsmaaltijden, die sinds 1976 gehouden worden, zijn hiervan een voorbeeld. Ook de jaarlijkse leidersconferenties onder auspiciën van het landelijke platform genieten een grote belangstelling. De laatste jaren is de groei van de migrantenkerken opmerkelijk. Grote steden als Amsterdam en Rotterdam tellen tientallen Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse pinkstergemeenten.

Auteur
C. van der Laan [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen
C. van der Laan en P.N. van der Laan, Pinksteren in beweging (Kampen 1982)
C. van der Laan, De spade regen (Kampen 1989)
H. Zegwaart, Pinksterkerken. Serie Wegwijs (Kampen 2003)