Opwaartsche Wegen

Literair tijdschrift. Voortzetting van Opgang, dat van 1918 tot 1926 verscheen.

Opwaartsche Wegen begon in 1923 wat dilettantisch, maar het niveau steeg door publicaties van ‘jong-protestantse’ dichters als Jan H. de Groot. Het doel van Opwaartsche Wegen – stimuleren van de protestantse literaire cultuur – werd in de jaren dertig bereikt, al zorgde de vraag naar het eigene van christelijke literatuur voor onenigheid. De bloemlezing Het derde réveil (1934) van K.H. Heeroma veroorzaakte een redactionele breuk, leidend tot de oprichting van De Werkplaats (1936-1937). In 1940 werd de uitgave door oorlogsomstandigheden gestaakt.

Opwaartsche Wegen was pluriform protestants: zowel neocalvinisten (C. Rijnsdorp) als barthianen (R. Houwink) waren eraan verbonden. De laatsten voedden de idee van een doorbraak. In de oorlogsjaren bleken sommige medewerkers Duitsgezind, anderen kozen voor het verzet. Belangrijke medewerkers waren de dichters G. Achterberg en W. de Mérode en de prozaïst J.K. van Eerbeek (1898-1937).

Auteur
Gert van de Wege [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen
M. Salverda e.a. (red.), Opwaartsche wegen. Schrijversprentenboek 28 (Den Haag 1989)