Versie van de gereformeerde traditie.
Het neocalvinisme werd aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw aangepast aan de geest van de tijd, mede onder invloed van het in deze periode gangbare modernisme en organische denken.
Neocalvinisme werd voor het eerst zo benoemd door A. Anema in 1897, en begon rond 1880, met de inauguratie van H. Bavinck aan de Theologische School in Kampen en de stichting door A. Kuyper van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
In de opvatting van het neocalvinisme legt de persoon van Christus beslag op heel het leven. Dit resulteerde in een beklemtoning van de antithese en een sterke oriëntatie op voorgegeven structuren in de schepping. Dit gedachtegoed ontplooide zich organisatorisch op tal van terreinen: dat van de christelijke politiek (Antirevolutionaire partij), de christelijk-sociale beweging, het onderwijs, de theologie (K. Schilder, G.C. Berkouwer) en de filosofie (reformatorische wijsbegeerte). De moderne, bevindelijk-gereformeerde
en door K. Barth geïnspireerde critici van de ‘neogereformeerden’, beklemtoonden het rationele en activistische karakter van neocalvinisme en de afstand tot de theologie van Calvijn.
Het neocalvinisme kende een dynamisch begin. Daarop volgden in de eerste helft van de twintigste eeuw bloei en uitbouw van de beweging tot in Noord-Amerika en Zuid-Afrika. Tegelijk traden in de jaren twintig en dertig consolidatie en verstarring op. De jaren vijftig en zestig kenmerkten zich door de ontmanteling van het neocalvinisme onder invloed van de vrijmaking, de theologie van Barth, het moderne bijbelonderzoek en de ontzuiling. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw bleef het neocalvinisme invloedrijk in christelijk Nederland, al hield de gedachte van de antithese stand binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de aan deze kerk gekoppelde organisaties zoals het Gereformeerd Politiek Verbond van, Nederlands Dagblad en het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond. In de jaren negentig werden deze organisaties echter ook opengesteld voor andere christenen.
Auteur
Koert van Bekkum [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen:
M.E. Brinkman en C. van der Kooi (red.), Het calvinisme van Kuyper en Bavinck (Zoetermeer 1997)