Migrantenkerken

migrantenkerken.jpg

Kerken gericht op migranten, ook allochtone kerken genoemd.

Ons land kende altijd wel de zogenaamde zeemanskerken, missies in de havensteden ten behoeve van de zielszorg voor de vele buitenlandse zeelieden. Ook waren er hier kleine ‘dependances’ van ‘grote’ buitenlandse kerkgenootschappen actief, ten behoeve van hun landgenoten die hier voor langere tijd werkzaam waren. Voorbeelden zijn de Anglicaanse kerk en de Deutsche Evangelische Kirche.
In feite is de eerste migrantenkerk die van de hugenoten, die door de opheffing van het Edict van Nantes in 1685 vrij massaal (met 50.000 tot 60.000) naar Nederland kwamen en zich hier verenigden in de Waalse gemeenten, nu een classis binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De tweede groep van de migrantenkerken is die van de Molukse kerken, waarvan de Molukse Evangelische Kerk de grootste is. De groep van de Molukse kerken, door onderlinge persoonlijke en politieke verdeeldheid groot in aantal, is in 1952 ontstaan, nadat in 1951 Molukse ex-militairen van het KNIL met hun gezinsleden (totaal 12.500 mensen) gedwongen naar Nederland moesten repatriëren. Ongeveer negentig procent van hen was lid van de protestantse kerk, zes procent rooms-katholiek en vier procent islamiet. In de beginperiode leefde de gedachte dat het verblijf in Nederland slechts een tijdelijke zou zijn.
Migrantenkerken spelen vooral vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw een steeds belangrijkere rol binnen de Nederlandse samenleving, die zich vanaf die tijd zich steeds meer ontwikkelde tot een multiculturele samenleving. De groep migrantenkerken met de meeste gelovigen ontstond door de komst van vele Afrikanen, Aziaten, Midden- en Zuid-Amerikanen, woonachtig in de grote steden en met name in Amsterdam-Zuidoost. De grootste categorie wordt gevormd door de Afrikaanse geloofsgemeenschappen, terwijl een deel van de Afrikanen lidmaat is geworden van een van de parochies van de Rooms-Katholieke Kerk. Uit het Midden-Oosten zijn de Armeense kerk, Syrisch-orthodoxe kerken en de Koptische Kerk afkomstig.

De christelijke Chinezen, die met name na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland zijn gekomen, zijn relatief gering in aantal. Zij zijn afkomstig vanuit Indonesië na de onafhankelijkheid in 1949, uit Vietnam (velen als bootvluchteling) en uit het Verre Oosten (meestal uit sociaal-economische overwegingen). Zij hebben zich georganiseerd in de Chinese Christelijke Gemeente in Nederland, het Amsterdams Christelijk Kerkgenootschap en het Eindhovens Chinees Kerkelijk Genootschap. De Indonesiërs hebben zich georganiseerd in een groot aantal kerkgenootschappen, waarvan de meeste zijn aangesloten bij BKUKIN, de Raad van Samenwerking van de Indonesisch Christelijke Gemeenschap in Nederland.
Iraanse en Afghaanse christenen komen samen in de Farsisprekende gemeente in Nederland, de Koreanen in de Korean Reformed Church in the Netherlands en de methodisten onder hen in de Korean Methodist Church, de Japanners in de Japanese Christian Fellowship Church of the Netherlands, en de Srilankaanse christenen in Light of Life. Surinamers die na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 naar Nederland kwamen, hebben zich over het algemeen aangesloten bij de Evangelische Broedergemeente. Ondanks grote onderlinge verschillen rekenen bijna alle migrantenkerken zowel de religieuze als de maatschappelijke zorg voor hun leden tot de kerntaken.

De vele Ghanese kerkelijke gemeenten die ons land telt, zijn met name te vinden in de Amsterdamse wijk Bijlmermeer,
maar ook, in veel mindere mate, in een stad als Rotterdam. Zij vormen ieder voor hun gelovigen een zeer hechte geloofsgemeenschap, die zich niet alleen richt op het geestelijke, maar ook op het zedelijk en maatschappelijk welzijn. Een aantal Ghanese kerken houden intensief contact met de moederkerken in het land van hun oorsprong, andere zijn hier ontstaan. Sommige pretenderen ook dat zij een door God gegeven taak hebben om Nederland te (her)christianiseren. Enkele geloofsgemeenschappen verheugen zich in een relatief groot aantal gelovigen, terwijl andere relatief klein zijn.

Auteur

E.G. Hoekstra [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen:

J.A.B. Jongeneel, R. Budiman en J.J. Visser (red.), Gemeenschapsvorming van Aziatische, Afrikaanse en Midden- en Zuidamerikaanse christenen in Nederland.
Een geschiedenis in wording
(Zoetermeer 1996)

Katleen Ferrier, Migrantenkerken (Kampen 2002)