Ledeboeriaanse gemeenten

Bevindelijk-gereformeerd, tevens independent kerkverband.

De ledeboeriaanse gemeenten zijn rond 1850 ontstaan door de arbeid van L.G.C. Ledeboer. Na zijn dood scheurde het kerkverband in 1864 in een ‘bakkeriaanse’ en een ‘dijkiaanse’ tak. De dijkiaanse gemeenten verenigden zich in 1907 met de Gereformeerde Gemeenten tot de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Een klein gedeelte bleef afzijdig als Oud-Gereformeerde Gemeenten. De bakkerianen gingen rond 1930 teniet.

Predikanten werden op grond van artikel 8 van de Dordtse kerkorde toegelaten tot het ambt; zij kleedden zich in het ‘oude ambtsgewaad’ bestaande uit kniebroek, steek en bef. Oefenaars stonden hen bij. In de vakante gemeenten las men tijdens de erediensten meestal preken van ‘oude schrijvers’ uit de zeventiende en achttiende eeuw; gezongen werd uit de berijming van Datheen. De ledeboerianen hadden doorgaans een lage maatschappelijke status; met politiek lieten ze zich nauwelijks in; door hun verzet tegen vaccinatie bleven ze lange tijd verstoken van onderwijs.

Auteur
H. Florijn [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen
H. Florijn, De ledeboerianen (Houten 1991)