Kerkgenootschap, ontstaan uit een scheuring onder hervormden als gevolg van de totstandkoming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).
Ongeveer 50.000 hervormden, onder wie een kleine honderd predikanten, aanvaardden niet de eenwording van hun Nederlandse Hervormde Kerk met de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk op 1 mei 2004, omdat die huns inziens voor de Nederlandse Hervormde Kerk een loslaten van haar confessionele gereformeerde grondslag betekende (zie Drie Formulieren van Enigheid). Zij vormden, onder handhaving van de (met de kerkvereniging vervallen) kerkorde 1951 van de Nederlandse Hervormde Kerk, een eigen kerkgenootschap dat zij beschouwen als de ware voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze opvatting wordt door de Protestantse Kerk principieel betwist. In sommige plaatsen waar de gemeente uiteenviel, ontstonden conflicten over gebruik en bezit van de kerkgebouwen, die de rechter steeds aan de hervormde gemeente binnen de PKN toewees.
Auteur:
Karel Blei [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]