Groninger richting

Hofstede de Groot.jpg

Theologenbeweging

Deze beweging heeft van 1830 tot 1870 met name in de Nederlandse Hervormde Kerk, invloed gehad
op de predikantsopleiding, kerk(op)bouw, pastorale theologie, pastoraat, inwendige zending, evangelisatie, zending, en het lager onderwijs. Voormannen waren de Groningse hoogleraren J.F. van Oordt J.Wz. (sinds 1840 in Leiden), P. Hofstede de Groot, L.G. Pareau en W. Muurling. Zij maakten deel uit van een in 1835 te Groningen opgericht theologisch gezelschap van twaalf kernleden, dat in 1837-1872 het tijdschrift Waarheid in liefde uitgaf. Nauw verwant was het Friesch Godgeleerd Gezelschap, in 1838 opgericht door leerlingen. Onder invloed van beide kringen ontstond in de jaren veertig een tiental provinciale predikantenverenigingen.

Naast Réveil en Afscheiding was de Groninger richting de derde protestantse opwekkingsbeweging (zie Revival) die in het midden van de jaren dertig snel aan invloed won. Met haar aandacht voor het gevoel en haar spreken over bekering en het werk van Gods geest, reageerden ze op het teveel aan theologisch rationalisme van de voorafgaande jaren. Alle drie stromingen beoogden een opbloei van het protestantse kerkelijk leven. Omdat ieder dat op eigen wijze wenste te doen, leidde dit tot onderlinge strijd. Dat begon in het Groningerland, waar H. de Cock en Hofstede de Groot vanaf 1833 openlijk streden over de binding aan de synode van Dordrecht en de daar vastgelegde leer van Gods *uitverkiezing. De Cock wenste deze leer onverkort te handhaven, de Groninger richting stelde de macht van Gods liefde voorop. Geïnspireerd door Ph.W. van Heusde stelde de Groninger richting de werkzaamheid van God in de geschiedenis voor als een opvoedingsproces. De predikant was daarom mede een volksopvoeder. Nadat De Cock en de zijnen buiten de Hervormde Kerk terecht waren gekomen, werd de bestrijding van de Groninger richting overgenomen door het Réveil onder aanvoering van G. Groen van Prinsterer.

De Groninger richting boette in de jaren zestig snel aan betekenis in, vooral door de polarisatie tussen de opkomende moderne theologie en de steeds sterker wordende orthodoxie. Een aantal aanhangers van de Groninger richting, waaronder Muurling, koos voor de eerstgenoemde richting. Zij die met Hofstede de Groot de middenweg wilden bewandelen werden terzijde geschoven bij de kerkelijke verkiezingen die van 1867 af in de Hervormde Kerk werden gehouden; de beide uitersten, en vooral de orthodoxen, behaalden toen de overhand. Als evangelische beweging
rekte de Groninger richting tot ongeveer 1920 haar bestaan. Een blijvend aandenken aan haar streven naar volksopvoeding is de zogenaamde huwelijksbijbel, die op initiatief van de afdeling Groningen sinds 1859 door het Nederlands Bijbelgenootschap algemeen gepropageerd werd.

Auteur
J. Vree

Verder lezen
J. Vree, De Groninger godgeleerden. De oorsprongen en de eerste periode van hun optreden (1820-1843) (Kampen 1984)
G.J. Schutte, J. Vree (red.), Om de toekomst van het protestantse Nederland. De gevolgen van de grondwetsherziening van 1848 voor kerk, staat en maatschappij (Zoetermeer 1998)
D. Bos, In dienst van het Koninkrijk. Beroepsontwikkeling van hervormde predikanten in negentiende-eeuws Nederland (Amsterdam 1999)
R. Klooster, Groninger Godgeleerdheid in Friesland 1830-1872 (Leeuwarden 2001);
J. Vree, ‘Groninger godgeleerden en predikanten in beweging: politiek en propaganda’, in: J. Vis, W. Janse (red.), Staf en storm. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in 1853: actie en reactie (Hilversum 2002), 131-165