Kerkverband, ontstaan in 1907 door de vereniging van de kruisgezinde gemeenten met ledeboeriaanse gemeenten
Hierbij speelde G.H. Kersten een belangrijke rol. De Gereformeerde Gemeenten (GG) bonden zich aan de Dordtse kerkorde en de Drie Formulieren van Enigheid.
In 1931 werd een leerbesluit over het verbond genomen, waarin onder andere bepaald werd dat het genadeverbond onder beheersing van de uitverkiezing staat en dat er slechts twee verbonden zijn.
Na het overlijden van de invloedrijke predikanten Kersten en Fraanje kwamen reeds aanwezige spanningen tot uitbarsting. In 1950 verliet R. Kok het kerkverband, na als predikant geschorst te zijn wegens vereenzelviging van het aanbod van genade en de belofte. In 1953 werd C. Steenblok als docent aan de theologische school afgezet, mede wegens zijn afkeer van het algemeen, onvoorwaardelijk aanbod van genade. Dit leidde tot een scheuring, waarna de Gereformeerde Gemeenten in Nederland ontstonden.
De prediking in de GG kenmerkt zich door de nadruk op de bevinding: de persoonlijke doorleving van ellende, verlossing en dankbaarheid. Daarbij wordt vaak gewezen op de verschillende standen; niet iedere bekeerde heeft dezelfde mate van kennis van het heil. De opvattingen van de GG kenmerken zich verder door nadruk op de leer van de uitverkiezing en een zekere wereldmijding.
De GG bestaan uit circa 150 gemeenten met ruim 100.000 leden, die gediend worden door circa 50 predikanten. Er zijn relaties met gemeenten in Noord-Amerika, en met gemeenten in Papua en Nigeria die uit zendingswerk ontstaan zijn. De GG hebben een eigen theologische school en een kerkelijk blad, De Saambinder. Daarnaast hebben zij meerdere eigen instellingen en zijn zij invloedrijk in onder meer de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), de Gereformeerde Bijbelstichting, het reformatorisch onderwijs en reformatorische maatschappelijke instellingen.
Auteur
P.L. Rouwendal [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Bel (red.), De vereniging van 1907. De vereniging van de Ledeboeriaanse gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten onder het kruis (Houten 1984)
J. Zwemer, In conflict met de cultuur. De bevindelijk gereformeerden en de Nederlandse samenleving in het midden van de twintigste eeuw (Kampen 1993)
M. Golverdingen, Om het behoud van een kerk. Licht en schaduw in de geschiedenis van de Gereformeerde
Gemeenten 1928-1948 (Houten 2004)
Afbeelding: De Saambinder, orgaan van de Gereformeerde Gemeenten