Conflict over de interpretatie van de zondeval, dat in 1925 begon rondom predikant Geelkerken
In 1925 kwam het binnen de Gereformeerde Kerken tot een botsing over de interpretatie van Genesis 3, het verhaal van de zondeval. Het conflict droeg de naam van de hoofdrolspeler, J.G. Geelkerken en wordt ook wel aangeduid als het conflict over de sprekende slang. Het conflict spitste zich namelijk toe op de vraag of de slang in het paradijs werkelijk gesproken had. Geelkerkens afzetting in 1926 door de generale synode van de Gereformeerde Kerken was de culminatie van een sinds 1914 toenemende spanning. Daarbij stonden verschillende groepen tegenover elkaar.
Als bron van deze spanning moet gewezen worden op de onzekerheid die zich in de gehele cultuur voordeed rond de zogenaamde kenleer. De grote vraag was: kunnen wij de werkelijkheid kennen? Binnen de kerk waren er die temidden van alle onzekerheid, ook in de theologie, hun heil zochten in de religieuze ervaring, terwijl anderen wilden vasthouden aan de letterlijke interpretatie van de bijbel.
Daarnaast was er in toenemende mate behoefte aan vernieuwing van het kerkelijke leven. Velen vonden de Gereformeerde Kerken te zeer in zichzelf gekeerd. Er ontstond een groep van geestverwanten die wel wordt aangeduid als de ‘beweging der jongeren’. Daartoe behoorden behalve Geelkerken ook J.C. Aalders, J.C. Brussaard en anderen.
De spanning binnen de Gereformeerde Kerken kwam tot uitdrukking in een reeks van botsingen. Zo werd de hoogleraar C. van Gelderen in 1917 door de kerken ter verantwoording geroepen omdat hij te grote ruimte bood aan de resultaten van het historisch-kritische bijbelonderzoek. Omdat Van Gelderen beloofde zich niet meer in het openbaar over enkele hete hangijzers uit te laten, liep het met een sisser af.
Een tweede, veel bekender conflict, deed zich voor rond de Middelburgse predikant J.B. Netelenbos, die na een kerkelijke procedure als predikant werd afgezet. Op de synode van Leeuwarden (1920) stonden progressieven en conservatieven lijnrecht tegenover elkaar. Uiteindelijk bleek de meerderheid van de synode voor een conservatieve koers te kiezen. De bezwaarschriften tegen de afzetting van Netelenbos werden niet ontvankelijk verklaard, liturgische vernieuwingen werden tegengehouden en het lidmaatschap van de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging werd ontraden.
Geelkerken was een van de felste opponenten van de voorgestane koers, wat leidde tot een heftige botsing met de Kamper hoogleraar J. Ridderbos. Vanaf die tijd nam de weerstand tegen Geelkerken en zijn medestanders gedurig toe. Daarbij was een belangrijke rol weggelegd voor de hoogleraren aan de Vrije Universiteit, V. Hepp en H.H. Kuyper. Ook in Amsterdam-Zuid, waar Geelkerken predikant was, nam de spanning rond zijn persoon toe. Toen een gemeentelid van Geelkerken bezwaar maakte tegen zijn preken, kwam het tot een kerkelijke procedure tegen hem.
In het geding was de wijze waarop Geelkerken gesproken had over Genesis 3. Een en ander leidde er in 1926 toe dat hij werd afgezet. Omdat de synode alle predikanten dwong in te stemmen met de besluiten van de Synode van Assen, kwamen ook andere predikanten in moeilijkheden. Uiteindelijk zouden dertien predikanten de Gereformeerde Kerken verlaten. De bekendste van hen waren J.J. Buskes en E.L. Smelik. Zo ontstonden de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband. Ook elf studenten van de Vrije Universiteit stapten over naar het nieuwe kerkgenootschap. Deze kerkengroep telde in totaal zo’n 7000 leden.
Auteur
M.J. Aalders [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Harinck, De kwestie Geelkerken. Een terugblik na 75 jaar (Barneveld 2001)
Afbeelding: J.G. Geelkerken