Deelnemers aan zogenaamde ‘vrijspreekcolleges’ (in de zeventiende en achttiende eeuw)
Dit waren godsdienstige bijeenkomsten, waarin vrijelijk en ondogmatisch uiteenlopende theologische onderwerpen besproken werden. Het collegiantisme speelde in de zeventiende en achttiende eeuw en is ontstaan te Warmond dankzij de gebroeders Van der Kodde. Bij gebrek aan remonstrantse predikanten, die door de synode van Dordrecht (1618-1619) uit hun ambt waren gezet, organiseerden de gebroeders dergelijke bijeenkomsten. Deze werden later verplaatst naar Rijnsburg (zie ook: Rijnsburgers).
Halverwege de zeventiende eeuw verbreidde het collegiantisme zich aanzienlijk, toen in vele steden colleges werden opgericht door voornamelijk remonstranten en doopsgezinden. Geruchtmakend was het door Adam Boreel en Galenus Abrahamsz in Amsterdam gestichte college. De gereformeerde orthodoxie beschouwde dat als een verwerpelijke vrijplaats voor heterodoxie. Ook in confessioneel doopsgezinde kring was er zodanig hevig verzet, dat het in 1664 tot een scheuring leidde.
De collegianten promootten onbepaalde verdraagzaamheid (zie ook: tolerantie), verwierpen alle exclusiviteit van de kerken, en streefden naar herstel van het eerste, apostolische christendom, omdat de reformatie mislukt werd geacht. In hun kring konden theologieën en filosofieën als het socinianisme, chiliasme, cartesianisme en spinozisme vrijelijk worden bediscussieerd. Het collegiantisme, dat een podium verschafte voor de ondogmatische intelligentsia, wordt daarom wel beschouwd als een bakermat van de Verlichting.
In de praktijk kenmerkten de collegianten zich door vroomheid en naastenliefde. Zo werd in Amsterdam het collegiantische weeshuis De Oranjeappel gesticht (1675), waar de latere schrijfster Aagje Deken zou worden opgevoed. Ook stond de geestelijke liedcultuur op hoog niveau, dankzij bundels van Camphuysen, Joachim Oudaen en Claes Stapel (liedboekdichters). Gaandeweg de achttiende eeuw zou het collegiantisme echter verstarren tot een soort Rotary clubs voor remonstrantse en doopsgezinde elites. Als een van de laatste sloot het Amsterdamse college in 1791.
Auteur
Piet Visser [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.C. van Slee, De Rijnsburger Collegianten (Utrecht 19802)
A.C. Fix, Prophecy and Reason (Princeton 1991)
T.B. Roep & P. Visser, ‘Simon Eikelenberg en de Rijnsburger collegianten’, in: Doopsgezinde Bijdragen XIX (1993), 131-147.