Coalitie

Bondgenootschap van antirevolutionairen en rooms-katholieken, later ook christelijk-historischen, dat tussen 1888 en 1925/1939 heeft bestaan

Naast wederzijdse herkenning vanuit het christelijk geloof, heeft aan het ontstaan ervan vooral ook de politieke overeenstemming terzake van het onderwijs bijgedragen; of, negatief gesteld, de gemeenschappelijke vijand van het liberalisme. De pacificatie van 1917, die een voorlopig einde maakte aan de schoolstrijd, veroorzaakte een verzwakking van de banden tussen de coalitiepartijen. Op 11 november 1925 (de Nacht van Kersten) viel het juist aangetreden kabinet-Colijn I, doordat de christelijk-historischen stemden voor een motie van G.H. Kersten om het tijdens de Eerste Wereldoorlog weer ingestelde gezantschap bij het Vaticaan op te heffen. Pas in 1937 trad opnieuw een coalitiekabinet op; achteraf gezien het laatste.

Auteur

H.-M.Th.D. ten Napel [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen

G. Puchinger, Colijn en het einde van de Coalitie, 3 dln (Kampen/Leiden 1969, 1980 en 1993)

D.Th. Kuiper en G.J. Schutte (red.), Het kabinet-Kuyper (1901-1905) (Zoetermeer 2001)