Christelijk-Historische Unie

CHU.JPG

Politieke partij, opgericht op 9 juli 1908.

Ontstaan door een fusie van de Christelijk-Historische Partij met de Bond van kiesverenigingen op christelijk-historische grondslag in Friesland. De Cristelijk-Historische Partij was op haar beurt in 1903 gevormd door een fusie van de Vrij antirevolutionairen met de Christelijk-Historische Kiezerbond. Deze fusiepartners waren kort voor 1900 ontstaan uit verzet tegen de wijze waarop Abraham Kuyper leiding gaf aan de Anti-Revolutionaire Partij, en tegen zijn aanvaarding van de neutrale staat.

De kiezers van de Christelijk-Historische Unie (CHU) kwamen vooral uit de leden van de Nederlandse Hervormde Kerk. In de lijn van de theoloog Ph.J. Hoedemaker meende de CHU op historische gronden dat Nederland als een protestantse natie moest worden beschouwd. De CHU erkende dat op politiek terrein een scheiding was ontstaan tussen partijen op levensbeschouwelijke en op algemene grondslag. Zij bleef zich echter verzetten tegen doorwerking van dit proces in de maatschappij. Waar mogelijk trachtten ‘Unieleden’, landelijk en regionaal, in culturele en maatschappelijke organisaties op algemene grondslag aandacht te vragen voor de doorwerking van de christelijke beginselen. In de jaren dat de Nederlandse samenleving werd gekenmerkt door een verzuilde structuur, gaf dit de CHU-aanhang een geheel eigen positie. Op het terrein van de omroep bijvoorbeeld, had de CHU in de tweede helft van de twintigste eeuw onder haar kiezers leden van de NCRV, de AVRO en de VPRO.

De CHU zag doorwerking van de protestantse beginselen ook als de primaire taak van de CHU als politieke partij. Een partij mocht nooit verworden tot een instrument van politieke machtsvorming. Tot 1967 had de CHU organisatorisch een sterk gedecentraliseerde opbouw. De landelijke organisatie was zwak; het accent lag op de ‘Kamerkringen’.

Ook in haar visie op het parlement toonde de CHU zich afkerig van politieke machtsvorming en stelde zij de dialoog voorop. Onder leiding van A.F. de Savornin Lohman verzette de CHU zich tegen een ontwikkeling waarbij de leiders van politieke partijen trachtten hun partijprogram een dominerende invloed op het kabinetsbeleid te geven. De CHU beklemtoonde dat de regering het beleid diende te formuleren en het parlement dit moest controleren. Daarbij diende elk Kamerlid volgens zijn geweten, zonder fractiedwang, te kunnen stemmen.

Tijdens het interbellum steunde de CHU de politiek van de rechtse coalitie die zij enkele malen met de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Rooms-Katholieke Staatspartij vormde. Mede door de komst van de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij toonde de CHU zich echter kritisch tegenover ontwikkelingen die zij beschouwde als uitingen van rooms-katholiek machtsstreven.

Dit leidde in november 1925 tot een kabinetscrisis over het gezantschap bij het Vaticaan. Deze crisis kon worden opgelost door vorming van een extraparlementair ‘intermezzokabinet’ onder leiding van de christelijk-historische politicus D.J. de Geer. Inaugustus 1939 slaagde De Geer erin een kabinet tot stand te brengen, waarin voor het eerst ook twee sociaal-democratische ministers zitting hadden.

Na de Tweede Wereldoorlog voerde de CHU een fundamentele discussie over haar grondslag. Enkele vooraanstaande Unieleden gingen over naar de Partij van de Arbeid. Anderen kozen voor de Protestantse Unie. De CHU hield vast aan haar uitgangspunten en bleef onder leiding van H.W. Tilanus haar positie (circa 8% van de kiezers) behouden.

In 1967 startte de CHU met de ARP en de Katholieke Volkspartij (KVP) het overleg over de christen-democratische samenwerking. In tegenstelling tot deze beide partners weigerde de CHU in 1973 deel te nemen aan het kabinet-Den Uyl. Dit bracht echter geen breuk in het christen-democratisch overleg. In 1980 gingen de drie partijen op in het Christen Democratisch Appèl (CDA).

Auteur
Hans van Spanning [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen
Hans van Spanning, De Christelijk-Historische Unie 1908-1980; enige hoofdlijnen uit haar geschiedenis, dissertatie (Leiden 1988)
Hans van Spanning, ‘Van vrij-antirevolutionairen naar Christelijk-Historische Unie’, in: George Harinck e.a. (red.) De Anti-revolutionaire Partij 1829-1980 ( Hilversum 2001)

Archief
Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, Vrije Universiteit

Afbeelding: Verkiezingsbiljet CHU, Tweede Kamerverkiezingen 1937