Arminianisme

Arminianisme.jpg

Vorm van semi-pelagianisme, ontleend aan de ideeën van Jacobus Arminius.

Arminius bestreed het supralapsarisme van Gomarus, aanvankelijk zijn promotor. Arminius noemde het supralapsarisme fatalisme. Arminius schreef de zaligheid wel toe aan Gods genade, maar ten diepste was het de mens die een goed gebruik moest maken van de aangeboden genade. Het arminianisme erkent het bederf van het menselijk hart, maar acht de zondaar in staat om een goede geestelijke keuze te maken. Dit leidde in het arminianisme tot de gedachte dat ook Gods eeuwige verkiezing gebaseerd is op het geloof van de zondaar.

In de kerk van de Reformatie is deze theologie altijd afgewezen. Na het sterven van Arminius werden zijn opvattingen op de synode van Dordrecht (1618-’19) uitvoerig weersproken en veroordeeld in de Dordtse leerregels. De diepste motivatie om het arminianisme af te wijzen was dat het geen recht doet aan de boosheid van het hart van de mens. In het arminianisme wordt tekort gedaan aan het Sola gratia. De gereformeerde theologie daarentegen geeft alle eer van de zaligheid aan God alleen.

Auteur
W. van Vlastuin [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]