Arianisme

Leer van Arius (250-336), afkomstig uit Libië, priester te Alexandrië.

Arius was een boeiend prediker en de leden van zijn gemeente vereerden hem vanwege zijn ascetische levenswijze. Zijn uitgangspunt was het joodse monotheisme: God is één in wezen en persoon, ondeelbaar, eeuwig en bestaand uit zichzelf. De consequentie hiervan was volgens Arius dat de zoon niet eeuwig kon zijn. Er is een tijd geweest dat God nog niet vader was. Zijn zoon Jezus is dus een schepsel, maar wel verheven boven alle andere schepselen.

Deze opvatting gold in de vroege kerk als ketterij. Al gauw brak er een conflict uit tussen Arius en zijn bisschop, Alexander. Alexander riep twee synoden bijeen (320 en 321), die de leer van Arius veroordeelden, waarbij de tweede synode hem ook nog afzette en excommuniceerde. De ariaanse twisten hebben tot 381 geduurd. Ze waren een echte bedreiging voor de eenheid van de kerk en de eenheid van de staat. Daarom bemoeide niet alleen de kerk zich ermee. In 325 riep keizer Constantijn de Grote het concilie van Nicea bijeen. Met grote meerderheid besloten de meer dan 300 concilievaders Arius en het arianisme te veroordelen. Het orthodoxe geloof werd verwoord in de geloofsbelijdenis van Nicea. Hierin werd van Jezus Christus beleden: ‘de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle tijden, God uit God, ... één van wezen met de Vader.’
De strijd was echter verre van over. Er waren inmiddels drie groepen: pure arianen, semi-arianen en orthodoxen. Zowel Arius als zijn grote tegenstander, Athanasius, werd verschillende keren afgezet en verbannen. In 336 stierf Arius plotseling in een van de straten van Constantinopel, één dag voor zijn eerherstel. De ariaanse twisten eindigden met het tweede oecumenische concilie van Constantinopel (381), dat de leer van Arius definitief veroordeelde.

Auteur

K. Runia [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen

Maurice F. Wiles, Archetypal Heresy. Arianism through the Centuries (Oxford 1996)