“Nederland hunkert naar solidariteit. Enquête na enquête laat zien dat Nederlanders zich grote zorgen maken over de manier waarop wij samenleven. Ongerustheid over de groeiende intolerantie, normvervaging, asociaal gedrag, verhuftering en egoïsme voert de lijst aan van belangrijkste problemen in de ogen van de ondervraagden. En dat is al jaren zo. Nederlanders vrezen een samenleving waarin mensen alleen hun eigen belangen najagen. Ze hopen op een samenleving met meer onderlinge betrokkenheid en voorkomendheid. Geen wonder! Van solidariteit, zo lijkt het, kun je immers nooit genoeg hebben. Maar is dat zo?
Veel katholieken verlangen, net als hun ongelovige landgenoten, naar sociale waarden en herkenbare normen. Tegelijkertijd zijn ze niet van plan zich in hun privéleven te voegen naar meneer pastoor of hun stemgedrag en lidmaatschappen te baseren op het overeind houden van een katholieke zuil. In gereformeerde kringen wordt vaak de teloorgang van een herkenbare eigen identiteit betreurd, maar er is ook een sterke gehechtheid aan keuzevrijheid.
In plaats van ongenuanceerd op te roepen tot meer solidariteit, kunnen we beter eerst uitleggen wat we daarmee bedoelen. En onze doelen bescheidener formuleren. Misschien moeten we streven naar een optimum tussen aan de ene kant sociale desinteresse, puur individualisme of fixatie op het eigen milieu, en aan de andere kant opgaan in het geheel met verlies van eigen identiteit.
Van solidariteit kun je als samenleving te weinig, maar ook te veel hebben. Te veel solidariteit kan ontaarden in kritiekloos meelopen en blinde adoratie, in betutteling en paternalisme, in afscherming en wereldvreemdheid. Sterke solidariteit vind je niet alleen bij ontwikkelingswerkers, actievoerders en het daklozenpastoraat, maar ook bij de harde kern van de supportersclubs, bij sekteleden, onder maffiosi.
Het is verstandig verschillende typen van solidariteit te onderscheiden. Sommige vormen van solidariteit lijken hun tijd te hebben gehad. De bedompte sfeer in internaten, de beklemmende sociale controle en dorpse zeden in lokale partijafdelingen, de hardhorende gelijkhebberigheid van politieke voormannen en dominees. Andere soorten van sociale controle vertonen weinig slijtage of lijken zelfs te floreren.
Wat betreft het bevolkingspercentage dat vrijwilligerswerk verricht, mantelzorg biedt, of lid is van - ideële - organisaties vormt ons land de Europese top. Hetzelfde geldt voor het doneren aan goede doelen. Allerlei vormen van hulp- en steunbetoon op internetcommunities en binnen informele groepen – vaak maatschappelijk onzichtbaar, maar daarom niet minder effectief - lijken alleen maar toe te nemen.”
Joep de Hart is cultuur- en godsdienstsocioloog en onderzoeker bij het DSTS. Klik hier voor meer informatie over zijn onderzoek.
Bron: Nieuwwij!
De Christelijke Encyclopedie over Solidariteit:
Principe dat gebruikt wordt in verzekeringsstelsels, waarbij alle verzekerden in evenredige mate bijdragen aan de kosten, ongeacht het gebruik dat zij ervan maken.
De ziektekostenverzekering is de belangrijkste verzekering op basis van het solidariteitsbeginsel. Ook andere sociale verzekeringen hebben er in meerdere of mindere mate de kenmerken van, zoals de werkeloosheidswet (WW) en de wet op de arbeidsongeschiktheid (WAO), waarbij premies en uitkeringen wel aan condities gebonden zijn.
Het solidariteitsbeginsel is een belangrijke bouwsteen bij de opbouw van een verzorgingstaat, omdat veel collectieve voorzieningen daarop gebaseerd zijn, en het is een belangrijk kenmerk van socialistische en sociaal-democratische politieke stelsels.
In confessionele kringen werd het principe ook aangehangen. Vooral in orthodox-protestantse kringen waren er wel reserves, omdat men vreesde dat de eigen verantwoordelijkheid in het gedrang kwam en de overheid te veel bevoegdheden kreeg. Zij hadden voorkeur voor privaatrechtelijke in plaats van publiekrechtelijk georganiseerde voorzieningen. Door de hoge kosten die het doorvoeren van het solidariteitsbeginsel in de sociale zekerheid met zich meebrengt, ontstaat de vraag of niet het profijtbeginsel of andere vormen van eigen verantwoordelijkheid moeten worden ingevoerd.
Auteur
R. van der Woude [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]