Psychiater (Leiden 16.1.1893 - Zürich 21.5.1967)
Rümke specialiseerde zich bij L. Bouman tot een psychologisch georiënteerde psychiater. Aan Bouman ontleende hij zijn fenomenologische instelling en aan hem dankte hij zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar in de ontwikkelingspsychologie te Utrecht (1933). Van 1936 volgde hij daar Bouman op als hoogleraar psychiatrie. Rümke streefde naar synthese van de in aantal steeds toenemende benaderingen in de psychiatrie, zonder deze echter ooit te hebben bereikt.
Hij geldt als de laatste die in staat was zelfstandig een volledig handboek psychiatrie te schrijven. Internationaal werd hij vooral na de Tweede Wereldoorlog erg gewaardeerd, ook vanwege zijn werk in de beweging voor geestelijke volksgezondheid. Zijn psychiatrische, maar meer nog zijn psychologische boeken, zijn in Nederland in talloze oplagen verschenen, en enkele zijn vertaald. Met zijn Karakter en aanleg in verband met het ongeloof (1939) leverde hij de eerste originele bijdrage van Nederlandse bodem tot de godsdienstpsychologie.
Auteur
J.A. van Belzen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Belzen, J.A. van, Rümke, religie en godsdienstpsychologie. Achtergronden en vooronderstellingen (Kampen 1991)