Vorm van psychologie die teruggaat op Sigmund Freud, die haar omschreef als een methode ter bestudering van het onbewuste, een theorie over menselijk handelen en ervaren, en een behandelingsmethode voor psychische stoornissen.
Freud formuleerde een aantal geniale klinische inzichten, zoals overdracht en weerstand, die in de geestelijke gezondheidszorg gemeengoed geworden zijn. Zijn klinische ervaringen probeerde hij in concepten en theorieën te vangen, die hij telkens zelf weer bijstelde. Volgens Freud worden de werkingen van het onbewuste zichtbaar in dromen, in een lapsus (zoals de zogenaamde freudiaanse verspreking), in klinische symptomen en in de vrije associatie. Deze laatste techniek zou het belangrijkste element van de psychoanalytische psychotherapie worden: de patiënt spreekt zich vrij uit, zonder zich aan zijn eigen censuur te onderwerpen, ook als het gezegde pijnlijk of schaamtevol zou zijn. Door zich welwillend ten aanzien van de patiënt, en neutraal ten aanzien van het meegedeelde op te stellen, en door interpretaties van het gezegde aan te bieden, kan de psychoanalyticus ertoe bijdragen dat de patiënt tot een verruimd zelfinzicht, verandering en genezing komt. Van de psychoanalyse zijn een aantal stromingen afgesplitst, onder andere door Jung, Adler en Fromm.
Psychoanalyse heeft een aantal revisies ondergaan (zoals in het werk van Binswanger of Lacan) en een aantal theoretische ontwikkelingen doorgemaakt (zoals in de object-relatie-theorieën of de zelfpsychologie van Kohut), die echter alle teruggaan op de klassieke vorm zoals die door Freud is ontworpen. Als analysemethode van psychische processen kan psychoanalyse ingezet worden ter bestudering van het subjectief-menselijke aandeel in tal van gebeurtenissen en verworvenheden op het terrein van kunst en cultuur. Dankzij dit toepassingspotentieel is psychoanalyse in de twintigste eeuw een van de belangrijkste methoden binnen de geesteswetenschappen geworden, terwijl vele van haar begrippen in gevulgariseerde vorm tot de common sense zijn gaan behoren.
Ten aanzien van de religie is de psychoanalyse, zoals Freud (die zelf erg kritisch was ten aanzien van religie) stelde, neutraal gebleken: ze is zowel in redeneringen ten gunste van de religie als in religie-kritische zin gehanteerd.
Auteur
J.A. van Belzen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
I.N. Bulhof, Freud en Nederland. De interpretatie en invloed van zijn ideeën (Baarn 1983)
C.D.A. Brinkgreve, Psychoanalyse in Nederland. Een vestigingsstrijd (Amsterdam 1984)
Janet Malcolm, Psychoanalyse: een onmogelijk vak (Amsterdam 1985)
R.H.J. ter Meulen, Ziel en zaligheid. De receptie van de psychologie en de psychoanalyse onder de katholieken in Nederland, 1900-1965 (Nijmegen/Baarn 1988)