Sociaal-wetenschappelijke discipline, als regel ingedeeld bij praktische theologie en onderscheiden van godsdienstpsychologie.
Het gaat hier om die psychologische kennis die een bepaalde beroepsgroep, in dit verband die van pastores, nodig heeft voor de uitoefening van het beroep. Pastorale psychologie kan daarom pragmatisch omschreven worden als de psychologie die de pastor nodig heeft om zijn werk in de huidige samenleving adequaat te vervullen. In de pastorale psychologie wordt eclectisch gebruik gemaakt van inzichten uit verschillende psychologische richtingen. De band met pastorale theologie bestaat hierin, dat op allerlei pastorale situaties en geloofservaringen van mensen, zowel vanuit een theologisch als vanuit een psychologisch perspectief, kan en moet worden gereflecteerd.
Belangrijke aandachtsgebieden binnen de pastorale psychologie zijn die van religieuze ervaring (spiritualiteit), geestelijke gezondheid (gevoelens van angst, schuld en twijfel), de psychologie van de levensloop (levensfasen), de psychologie van het ziekbed (verwerkingsprocessen), de sociale psychologie en de psychologie van het gesprek. Trainingen als Klinische Pastorale Vorming, aangevuld met een vorm van supervisie, hebben als effect dat pastores meer inzicht krijgen in het psychologisch functioneren van anderen en van zichzelf.
Auteur
Gerben Heitink [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. Zijlstra, Op zoek naar nieuwe horizon. Handboek voor Klinische Pastorale Vorming (Nijkerk 1989)
A.F. Verheule, Angst en bevrijding. Theologisch en psychologisch handboek voor pastorale werkers (Nijkerk 1997)
Gerben Heitink, Pastorale zorg: theologie, differentiatie, praktijk (Kampen 1998)
M. Blom, Een mens die mensen vergezelt. Pastoraal vademecum (Zoetermeer 2001)