Engels natuurwetenschapper (Woolsthorpe 25.12.1642 - Londen 20.3.1727)
Newton heeft de aardse en de hemelmechanica op één leest geschoeid en de wetenschappelijke revolutie voltooid. Hij verzette zich tegen het cartesianisme. In Philosphiae naturalis principia mathematica (1687) betoogde hij dat planeten in ellipsbanen bewegen, met de zon in een van de brandpunten. Hij heeft de drie ‘bewegingswetten van Newton’ geformuleerd. In zijn boek Optics (1704) liet hij zien dat wit licht samengesteld is. Samen met Leibniz ontwikkelde hij de differentiaalrekening. In 1669 werd hij hoogleraar te Cambridge, in 1696 directeur van de Munt en in 1703 voorzitter van de Royal Society.
In de achttiende eeuw was het newtonianisme belangrijk in Nederland. Newton heeft zich naast natuurwetenschap evenzeer beziggehouden met alchemie en theologie. Hij was een diepreligieuze persoon, wiens theologische opvattingen over onder meer de drie -eenheid niet strookten met de christelijke orthodoxie.
Auteur
Ida H. Stamhuis [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
E.J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld (Amsterdam 1989 6e druk)
Nicollò Guicciardini, Newton. Alchemist, filosoof en natuurwetenschapper (Amsterdam 2003)