De (neodarwiniaanse) evolutietheorie is een zeer succesvolle en breed aangehangen wetenschappelijke theorie die zegt dat de diversiteit van het leven op aarde ontstaan is door een langdurig proces van toevallige variaties en natuurlijke selectie. Het Bijbelse scheppingsverhaal lijkt, in elk geval op het eerste gezicht, iets heel anders te beweren.
God is daar de schepper van hemel en aarde en al het leven op aarde. Voor wie, zoals protestanten, zowel wetenschap als de Bijbel serieus wil nemen ligt hier dus een spanningsveld. Protestanten gaan al vanaf het moment dat Charles Darwin de evolutietheorie voor het eerst formuleerde verschillend om met dit spanningsveld. Sommige protestanten zien de spanning niet. Ze lezen het Bijbelse scheppingsverhaal als een mythe van een primitieve samenleving. In zo’n verhaal moet je in de 21e eeuw niet meer letterlijk geloven; je kunt hooguit inspiratie putten uit de gelovige houding die eruit spreekt.
Anderen staan minder afwijzend tegenover het scheppingsverhaal, maar wijzen erop dat het verhaal zowel qua inhoud als qua stijl wel iets wegheeft van een gedicht. Hoewel je gedichten niet letterlijk moet nemen, kunnen ze wel iets waars uitdrukken. Zo geeft het scheppingsverhaal een poëtische beschrijving van hoe het leven is ontstaan, terwijl de evolutietheorie daar een natuurwetenschappelijke beschrijving van geeft. Evolutie is de manier waarop God het leven op aarde geschapen heeft.
Een derde groep is kritischer over de evolutietheorie. Geeft deze theorie echt een volledige verklaring van de diversiteit van het leven op aarde of heeft God het evolutieproces ‘voorgeprogrammeerd’ of er actief in ingegrepen? Als dat laatste het geval is, heeft God toch een meer actieve scheppende rol, zoals het scheppingsverhaal ook zegt. Dit is hoe aanhangers van de Intelligent Design beweging erover denken. Zij proberen een precies criterium te vinden om vast te stellen of iets ontworpen is of niet. Wanneer je dit criterium toepast op bijvoorbeeld het menselijk oog en het zou een positief resultaat geven, dan kan dat oog niet via evolutie tot stand zijn gekomen, maar moet het intelligent ontworpen zijn. Natuurwetenschappers zijn veelal zeer kritisch over deze pogingen.
De laatste groep is nog kritischer over de evolutietheorie: zij wijzen die grotendeels af en houden vast aan een letterlijke lezing van het scheppingsverhaal. De evolutietheorie is slechts een bedenksel van gebrekkige mensen, maar de Bijbel is het onfeilbare woord van God. Daarom kun je maar beter de Bijbel geloven en niet de wetenschap. Tot deze groep behoren ook creationisten. Zij proberen de juistheid van het Bijbelse scheppingsverhaal, en de onjuistheid van de evolutietheorie, wetenschappelijk aan te tonen. Veruit de meeste natuurwetenschappers geloven echter dat deze onderneming een grote mislukking is.
Auteur
Dr. Jeroen de Ridder, toegevoegd docent/onderzoeker Wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam