Hoogleraar pedagogiek (Elden 25.7.1878 - Nijmegen 23.7.1942)
Hoogveld kreeg zijn priesteropleiding aan het Groot Seminarie van Rijsenburg en ontving zijn priesterwijding in 1902. Hij studeerde vervolgens in Rome filosofie en theologie. Hoogveld was medeoprichter van de katholieke universiteit in Nijmegen (1923), waar hij een professoraat wijsbegeerte aanvaardde; pedagogiek vormde daarvan een onderdeel.
Zijn pedagogische theorie fundeerde hij op de neothomistische wijsbegeerte en ethiek, waarin deugd, ervaring, ordening en rede belangrijke noties waren. Hij had vele nevenfuncties in kerk en maatschappij, zo was hij pauselijke visitator (inspecteur) van de seminaries, bestuurslid van de Vereniging ter bevordering van Studie der Pedagogiek en betrokken bij het katholiek pedologisch instituut en de katholieke vrije leergangen (MO-akten). Hij schreef in vele katholieke tijdschriften over wijsbegeerte, opvoeding, ethiek en esthetiek.
Auteur
Marjoke Rietveld-van Wingerden [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
F. Sassen, Keur uit de werken van prof. dr. J. Hoogveld (Groningen 1951 2e druk)
J.W. van Hulst, De beginselleer van Hoogvelds pedagogiek (Groningen 1962)