Wetenschap van de wijze waarop kennis van erfelijkheid gebruikt kan worden ter ‘verbetering’ van (groepen van) mensen.
De term komt van het Griekse eu-genese: wel-geboren. Meestal wordt het gebruikt als aanduiding van de historische beweging die tussen 1870 en 1945 maatregelen voorstond ter verbetering van de genenpool en daarmee van de gezondheid van de bevolking. Als grondlegger van de eugenetica geldt de Brit Francis Galton (1822-1911) die ook het woord eugenetica (Engels: eugenics) bedacht. Ongerustheid over verzwakking van de bevolking doordat de moderne samenleving ook ‘zwakkeren’ zich laat voortplanten, leidde tot de gedachte de kennis van dierfokkerij en plantenteelt ook bij de mens toe te passen. Genetica en eugenetica vormden in die periode één discipline, waartoe voor die tijd vooraanstaande wetenschappers behoorden. Overigens liepen binnen die beweging de opvattingen over de wenselijke maatregelen sterk uiteen: van voorlichting en bewustwording tot gedwongen sterilisatie en bevordering van kunstmatige inseminatie met zaad van ‘genetisch hoogwaardige’ mannen. Deze beweging leidde in de Verenigde Staten onder meer tot immigratiewetten en – ook in sommige Europese landen – tot gedwongen sterilisaties. Vooral door de excessen van nazi-Duitsland viel de eugenetica in ongenade. Achteraf moet worden vastgesteld dat de voorstellen vaak niet alleen ethisch verwerpelijk waren, maar ook wetenschappelijk onzinnig.
Dit betekent niet dat iedere vorm van eugenetisch denken verdwenen is. In de sterke nadruk op de rol van genen voor eigenschappen van mensen en bijvoorbeeld het aanbod van onderzoek naar aangeboren afwijkingen voor de geboorte (prenatale diagnostiek) manifesteert zich een ‘eugenetica-van-onderop’. Het doel hiervan is niet soortverbetering maar het voorkomen van lijden, eventueel door een abortus provocatus. Eugenetisch denken kan gezien worden als een nog altijd bestaande vorm van ‘biologisme’, dat sociale problemen herleidt tot biologische problemen die met een al dan niet centraal aangestuurde ‘biopolitiek’ opgelost zouden kunnen worden.
Auteur
H. Jochemsen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.M.A. Noordman, Om de kwaliteit van het nageslacht. Eugenetica in Nederland, 1900-1950 (Nijmegen 1989)
C. Hillekens en K. Neuvel, Kind naar keuze. Naar een nieuwe eugenetica? (Zoetermeer 2003)