Engelse natuuronderzoeker (Shrewsbury 12.2.1809 - Downe 19.4.1882), werkte aan boord van de Beagle (1831-1836) en in Engeland (1837-1882).
Darwin verklaarde de oorsprong van biologische soorten uit goddelijke natuurwetten, met name uit de wet van aanpassing aan wisselende omstandigheden door ongerichte variatie en natuurlijke selectie (The Origin of Species, 1859). Er zijn verschillende interpretaties van de verhouding tussen waarneming, methodologie, theologie en wereldbeschouwing van Darwin. Darwin twijfelde aan de betrouwbaarheid van de rede, omdat het niet gericht was op waarheid maar op overleving. Desondanks bevatten The Descent of Man (1871) en The Expression of Emotions in Man and Animals (1872) evolutionaire verklaringen van verstand, gevoel, moraal en religie. Charles Darwin was bestuurslid van de London Geological Society. Zie ook: darwinisme.
Auteur
Jitse M. van der Meer [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Neal C. Gillespie, Charles Darwin and the Problem of Creation (Chicago 1979)
John H. Brooke, ‘The Relations Between Darwin’s Science and his Religion’, in: John R. Durant (red.), Darwinism and Divinity (Oxford 1985), 40-75