Beweging die probeert een alternatief te bieden voor het gangbare evolutiemodel (zie evolutietheorie), dat niet alleen natuurwetenschappelijk verantwoord is maar ook met een letterlijke interpretatie van de bijbel (met name Genesis 1) in overeenstemming is.
Het moderne creationisme is begonnen in 1963 in de Verenigde Staten met de verschijning van The Genesis Flood van fysicus Henry M. Morris en theoloog John C. Whitcomb, de oprichting van de Bible-Science Assocation door met name Walter Lang en van de Creation Research Society door H.M. Morris en anderen. Het creationisme heeft geen problemen met micro-evolutie (variatie op het niveau van rassen en soorten), maar meent dat het gangbare neodarwinisme ontoereikend is om de vermeende macro-evolutie (het ontstaan van biologische geslachten, orden, klassen en phyla [groepen]) te verklaren. Daartegenover stelt het creationisme dat de geslachten, orden, klassen en phyla afzonderlijk zijn ontstaan (in religieuze termen: ‘afzonderlijke schepping’) en de biologische mechanismen gericht zijn op conservering van de soorten, terwijl verreweg de meeste fossielen zouden zijn ontstaan in een of meer catastrofen (de zondvloed).
Sommige creationisten houden vast aan een ‘jonge’ aarde (pakweg niet ouder dan 10.000 jaar), anderen accepteren de gangbare dateringsmethoden en geloven dat de aarde miljarden jaren oud is, maar houden
vast aan een ‘recent’ ontstaan van het leven op aarde. Daarnaast zijn er die zich ‘progressieve creationisten’ noemen; zij menen dat de natuur is ontstaan door middel van het evolutieproces, waarbij God af en toe – met name bij het ontstaan van het leven en van de mens – heeft ingegrepen door een speciale scheppingsdaad. Ook ‘theïstische evolutionisten’, zij die geloven dat God de natuur door middel van het evolutieproces heeft geschapen, hebben zich soms creationisten genoemd.
Auteur
W.J. Ouweneel [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]