Voorman van de Utrechtse ‘school’ van de fenomenologie (Breda 29.4.1887 - Nijmegen 21.10.1974)
Buytendijk studeerde geneeskunde en fysiologie, en werd na een hoogleraarschap aan de Vrije Universiteit (1919-1924) en te Groningen (1925-1946) hoogleraar in de algemene en theoretische psychologie te Utrecht (1946-1957); tevens was hij van 1946-1961 buitengewoon hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Hij verwierf internationale faam met zijn ontwerp en pleidooi voor een antropologisch georiënteerde fysiologie en geneeskunde. Verschillende van zijn vele werken verschenen in meerdere uitgaven en buitenlandse vertalingen. Buytendijk publiceerde op uiteenlopende terreinen als biologie, fysiologie, psychologie, geneeskunde, pedagogiek en filosofie, die hij alle noodzakelijk achtte om bij te rade te gaan om een synthetisch antwoord te kunnen formuleren op fundamentele vragen betreffende de mens.
Buytendijk was van huis uit hervormd, maar was in het decennium dat hij aan de VU werkte lid van de Gereformeerde Kerken. Hij kreeg soms het verwijt religieuze en wetenschappelijke opvattingen ontoelaatbaar te vermengen. In 1937 ging Buytendijk over naar de Rooms-Katholieke Kerk. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd hij in brede kring bekend als voorzitter van de rooms-katholieke charitatieve vereniging voor geestelijke volksgezondheid (thans Katholiek Studiecentrum voor Geestelijke Volksgezondheid, KSGV). Van zijn vorm van fenomenologie is wel gezegd, dat die duidelijk beïnvloed is door zijn katholieke levensopvatting.
Auteur
J.A. van Belzen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W.J.M. Dekkers, Het bezielde lichaam. Het ontwerp van een antropologisch georiënteerde fysiologie en geneeskunde volgens F.J.J. Buytendijk (Zeist 1985)