Hoogleraar psychiatrie (Nieuw-Beyerland 23.5.1869 - Utrecht 25.2.1936)
Bouman werd na zijn studie geneeskunde te Amsterdam in 1895 als arts aangesteld te Bloemendaal, een van de psychiatrische ziekenhuizen gesticht door de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Geestes- en Zenuwzieken in Nederland (VCZGZN). Op grond van zijn wetenschappelijk gezag werd hij in 1907 aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam benoemd op de leerstoel voor theoretische biologie, neurologie en psychiatrie. Tevens werd hij geneesheer- directeur van de door de VCZGZN in 1910 te Amsterdam geopende Valeriuskliniek, die de psychiatrische universiteitskliniek van de VU werd.
Bouman werd geacht een christelijke psychiatrie te ontwikkelen, en inderdaad is in zijn wetenschappelijk werk een duidelijke invloed van christelijke antropologische noties merkbaar: hij was geïnteresseerd in het introduceren van psychologische gezichtspunten in de toentertijd sterk medisch georiënteerde psychiatrie. Zo sprak hij in zijn oratie positief over de psychoanalyse van Sigmund Freud, en introduceerde hij de fenomenologische benadering van Jaspers in Nederland. Het karakter van zijn wetenschapsbeoefening was echter niet positief-christelijk genoeg voor de toenmalige leiding van de VCZGZN, en daarom vertrok hij in 1925 naar de confessioneel neutrale rijksuniversiteit te Utrecht. Tot de door hem geleide Valeriuskring te Amsterdam behoorden bekende Nederlandse psychologen als F.J.J. Buytendijk, J.H. van der Hoop en H.C. Rümke.
Auteur
J.A. van Belzen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.A. van Belzen, Psychopathologie en religie. Ideeën, behandeling en verzorging in de gereformeerde psychiatrie, 1880-1940 (Kampen 1989)