Mysticus (Ruisbroec [Brussel] 1293 - Zoniënwoud 2.12.1381)
Ongeveer vijfentwintig jaar oud werd hij tot priester gewijd, waarna hij tot zijn vijftigste werkzaam was in het pastoraat in Brussel. In 1343 trok hij zich met twee compagnons terug in een kluis in het Zoniënwoud om daar hun leven in broederschap voor te zetten. Het groepje sloot zich aan bij de reguliere kanunniken van Sint Augustinus. Al in Brussel had Ruusbroec een vijftal mystieke werken geschreven, waaronder zijn meesterwerk Die gheestelike brulocht. Daarna schreef hij nog zes werken en een aantal brieven. Zijn teksten vormen het hoogtepunt van de Nederlandse mystieke literatuur, waarvan hij duidelijk het eigen karakter heeft bepaald. Vertalingen hebben de mystieke traditie van heel Europa diepgaand beïnvloed. Hij was een van de grootste fenomenologen van de ‘ontmoeting’. Zie ook: mystiek.
Auteur
Hein Blommenstijn [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P. Verdeyen, Jan van Ruusbroec. Mmystiek licht uit de Middeleeuwen (Leuven 1996)