Afzondering van dagelijkse omgeving en bezigheden met het oog op geestelijke verdieping en sterkere verbondenheid met God.
De retraitant zoekt meestal de begeleiding van iemand met ervaring in het geestelijk leven. Klassiek werd de retraitemethode van Ignatius van Loyola, de Geestelijke Oefeningen, die enigszins aangepast ook buiten de orde van jezuïeten ingang vond. Voor seminaristen, kloosterlingen en priesters is een jaarlijkse retraite voorgeschreven. Vanaf de zeventiende eeuw kwamen ook retraites voor leken op gang. In de eerste helft van de twintigste eeuw gingen Nederlandse katholieken regelmatig ‘op retraite’. Retraites vonden plaats in landelijk gelegen kloosters en waren afgestemd op personen van dezelfde sekse, sociale klasse of beroep. Behalve de jezuïeten waren de redemptoristen actief in het aanbieden van retraites. Soms lag de nadruk op stilte en meditatie, soms meer op instructie.
Na 1960 liep de belangstelling voor dergelijke methodische retraites terug. Sinds ongeveer tien jaar is, ook in protestantse kring, de belangstelling voor retraite (al dan niet in groepsverband) weer sterk toegenomen.
Auteur
Gian Ackermans [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]