Synoniem voor esoterie (zie esoterische stromingen). Het woord is afgeleid van het Latijnse occultus, dat ‘verborgen’ of ‘geheim’ betekent.
Het begrip werd vooral gebruikt voor de mysteriereligies, die een geheime leer kenden. Als aanduiding voor esoterische zaken is het vooral sinds Eliphas Lévi (1810-1875) weer in zwang gekomen. Hierbij wordt in eerste instantie echter gedacht aan praktijken als magische handelingen, meditatieve trainingen, hypnosetechnieken en contacten met de geestelijke wereld binnen het spiritisme. Het woord ‘occult’ wordt binnen de esoterische traditie steeds minder gebruikt, doordat het voor vele niet- esoterici identiek is geworden met ‘demonisch’.
Met name in de evangelische en charismatische stromingen binnen het christendom wordt het occultisme gezien als het domein van de duivel en ziet men contact met ‘occulte zaken’ als gevaarlijk en bedreigend. Soms ziet men er een duivelaanbidding in. Binnen het occultisme (de esoterische traditie) vindt men inderdaad een ander geloof dan het christelijke. Er vinden soms praktijken plaats waarbij men aarzelingen kan hebben gezien de mogelijke psychische gevolgen, terwijl het voor de buitenwereld niet mogelijk of toegestaan is alles te weten wat er gezegd en gedaan wordt. Het is echter niet verantwoord op grond hiervan het occultisme als demonisch te bestempelen of het te zien als het domein van de duivel.
Auteur
R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Jörg Wichmann, Renaissance van de esoterie (Utrecht 1991)
Wouter J. Hanegraaff, New agereligion and western culture (Leiden 1996)