Term afkomstig uit het Sanskriet, met als betekenissen: gebed, vrome gedachte, hymne, heilige tekst, mystiek vers, gewijde klank, bezweringstekst.
Door de oosterse renaissance van de jaren zestig van de vorige eeuw, is dit in het Westen een bekend begrip geworden, meestal in de betekenis van ‘heilige klank’. Hierbij speelt de overtuiging dat de klank een inherente kracht heeft, die zich altijd doet gevoelen wanneer hij uitgesproken wordt. Vandaar dat de mantra veelvuldig gezegd of herhaald moet worden.
De bekendste mantra van het hindoeïsme is AUM of OM, de klank die de oergrond Brahman representeert. In het westen is de Hare Krishna-mantra bekend geworden, bestaand uit drie namen die voortdurend herhaald worden, namelijk Hare, Krishna en Rama (alle namen van de godheid Vishnu). De zeer vele mantra’s worden altijd verbonden met een specifieke godheid, zodat het herhalen van de mantra een gebed wordt dat gericht is tot deze godheid.
Ook binnen het boeddhisme spelen mantra’s een belangrijke rol. We zien in het Westen de tendens om veelvuldig herhaalde gebeden mantra te noemen, zoals het Jezusgebed van de oosterse kerken of het weesgegroetje. Aangezien in deze gevallen niet wordt geloofd in een inherent werkende kracht, is het gebruik van dit woord niet geheel correct.
Auteur
R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]