Aanduiding voor de joodse mystieke traditie (letterlijk: ontvangst, overlevering).
De kabbala is in de twaalfde eeuw in Spanje en Zuid-Frankrijk ontstaan, in aansluiting op vroegere joodse mystiek. Centraal staat de poging tot God op te stijgen, onder meer geïnspireerd door Ezechiël 1. Het gedachtegoed van de kabbala is te vinden in de Zohar, die eind dertiende eeuw hoogstwaarschijnlijk in Spanje door Mozes de Leon (1250-1305) werd vervaardigd. In dit werk wordt de leer van de tien sefirot ontvouwd, de tien eigenschappen van God die in de schepping tot uitdrukking komen. De mysticus kan via deze sefirot, onder meer door gebed, contact zoeken met God.
Isaac Luria (1534-1572) ontwikkelde een nieuwe versie van kabbala, waarin goddelijke vonkjes in de mens als aanknooppunt fungeren voor de mysticus. Deze variant kent als uitloper het chassidisme.
Auteur
Bart Wallet [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Daniel C. Matt, Inleiding tot de kabbala. Het hart van de joodse mystiek (Utrecht 1997)
J.H. Laenen, Joodse mystiek. Een inleiding (Kampen 1998)