Ceremonie onder magisch denkende volkeren waarbij men de godheid in een strafrechtelijk proces de schuldige laat aanwijzen; ook genoemd ordale.
Dit kan bijvoorbeeld door verdachten te onderwerpen aan zware lichamelijke beproevingen zoals een vuurproef (lopen over gloeiende kolen), een waterproef (de verdachte in het water werpen om te zien of hij blijft drijven) of een tweegevecht. Indien de verdachte de beproevingen zonder nadelige gevolgen doorstaat of de winnaar van het tweegevecht is, houdt men hem voor onschuldig. De vooronderstelling van het godsoordeel is dat de godheid onschuldigen voor leed bewaart, bijvoorbeeld door hun de kracht te schenken om de beproevingen te doorstaan.
De toepassing van het godsoordeel is in de Middeleeuwen door verschillende pausen en concilies uitdrukkelijk verboden. Afschaffing van het godsoordeel impliceerde echter geen grote veranderingen, want in plaats daarvan werd dikwijls de pijnbank ingevoerd. In de bijbel wordt een godsoordeel voorgeschreven in Numeri 5:11-31.
Auteur
Dirk van Keulen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]