Religieuze leer uit het begin van het christendom, die stelt dat een verlossend innerlijk weten (het Griekse gnosis) inzicht geeft in het ware wezen van God, het eigen zelf, en de kosmos.
Volgens vele gnostici was de kosmos niet geschapen door de goede God, maar door een lagere godheid, de demiurg. In het innerlijk van de gnosticus bevond zich een vonk van de ware God, die als het ware gevangen werd gehouden door het lichaam en de materiële kosmos. Zolang de mens onwetend bleef over zijn ware goddelijke aard en oorsprong, bleef hij in de ban van de door de demiurg geschapen en beheerste wereld; maar wie de gnosis ontving, ontwaakte daardoor uit zijn begoocheling en zou na de dood de weg terug kunnen vinden naar God.
De gnostici ontwikkelden een rijke mythologie om uitdrukking te geven aan hun gevoel van ballingschap in de geschapen wereld en hun hoop op verlossing uit die wereld. Veelal werd de bijbel op een gnostische manier uitgelegd, bijvoorbeeld door te stellen dat de God in het verhaal van Genesis in werkelijkheid de demiurg was, en de slang een boodschapper van de ware God die Adam en Eva verlossende kennis bracht. Jezus verloste de mens door hem de ware gnosis te brengen.
Tijdens de tweede en derde eeuw van onze jaartelling werd door een aantal kerkvaders hevige kritiek geleverd op de leerstellingen van de zogeheten gnostici. Tot aan de Tweede Wereldoorlog waren we voor onze kennis van de gnostiek voornamelijk aangewezen op deze vijandige beschrijvingen. Dit veranderde door de vondst van de grotendeels gnostische bibliotheek van Nag Hammadi, waardoor een veel genuanceerder beeld is ontstaan van zowel de gnostiek als het vroege christendom.
De simpele zwart-wittegenstelling van gnostische dwaalleer versus het ware christendom heeft plaatsgemaakt voor een beeld van het vroege christendom zelf als een complex geheel met vele schakeringen, waarbinnen gnostische en niet-gnostische interpretaties van het evangelie naast elkaar konden bestaan.
Auteur
Wouter J. Hanegraaff [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Hans Jonas, Het gnosticisme (Utrecht/Antwerpen 1963)
Roelof van den Broek, De taal van de gnosis. Gnostische teksten uit Nag Hammadi (Baarn 1986)
Michael Allen Williams, Rethinking ’Gnosticism’. An Argument for Dismantling a Dubious Category (Princeton 1996)
Roelof van den Broek & Wouter J. Hanegraaff (eds.), Gnosis and Hermeticism from Antiquity to Modern Times (Albany 1998)